Gisteravond was ik uitgenodigd op een “petit apéritif” bij de buren. We proefden alle 25 soorten bier die ze uit Slovakije hadden meegebracht, we aten onder meer gerookte kaas en gerookte, geroosterde worst en we eindigden met eau de vie van pruimen en de onovertroffen chocoladetaart van Nadège. Het gezelschap bestond uit naaste en iets verdere buren. We waren met dertien en ik was blij dat ik er min of meer bijhoorde. Ik voelde me al iets beter op mijn gemak.

Zoals gewoonlijk kwamen de boer en de boerin wat later aanschuiven. Ze signaleerden de aanwezigheid van één of meerdere vossen in het dorp en iedereen vergewiste zich ervan of kippen en katten goed opgeborgen waren. Daarna kon het feestje doorgaan tot middernacht.

Toen ik met mijn zaklampje in de hand, een heel klein beetje onvast, naar huis ging, zag ik geen vossen of andere dieren.

Maar vanmorgen lag de composthoop er helemaal omgewoeld bij, alsof iemand er iets in gezocht had. Een deel van het fruit en de groenten was over de rand gegooid. Even later zag ik tot mijn verbazing dat mijn reservesleutel uit het gaatje in de trap was getrokken. Verder was de vos –of wie het ook was- niet geraakt. Ik ben nog even gaan rondkijken of ik een herkenbare vossenstront kon vinden, maar er lag niets in de omgeving. Ik hoop toch maar dat het een vos was en niet iemand anders.