Het is berekoud. Ik wil niet zeuren want ik weet dat het in het noorden ook erg koud is. Ik draag vele laagjes en ik moedig de kachel aan met gesprokkelde stokjes. Af en toe begrijpt hij mij en laait enthousiast op, maar de wind waait binnen door 100 kleine kieren en echt behaaglijk krijg ik het niet. Om mezelf te troosten en mijn behoefte aan extra calorieën te bevredigen, heb ik een keteltje rijstpap op de kachel staan. Het recept zet ik nog wel eens op mijn kookblog. Het ruikt hier nu heerlijk naar vanille uit Madagaskar en saffraan uit dit eigenste dorp. De vanille kreeg ik van de rechterburen, want die hebben een optrekje in Madagaskar. Maandag vetrekken ze alweer. Het schijnt daar altijd dertig graden te zijn. De saffraan kocht ik van mijn linkerburen. Zij zijn dit jaar met een kleine plantage gestart en ik kocht 0,3 gram want saffraan is duur. Niet verbazend als ik zie hoe arbeidsintensief dat is.

Laten die buren nu net aartsvijanden van elkaar zijn. En dat is niet eens overdreven. Ze moesten eens weten dat ze samen in mijn keteltje pruttelen. Misschien breng ik hen wel een potje. Je weet maar nooit wat voor effecten dat dat heeft.