Vandaag overkwam me weer iets wat ik nog nooit in België heb meegemaakt. Ik stond in de Aldi aan te schuiven met twee dingen in mijn handen: een setje thermisch ondergoed (jaja) en een pakje kaasstengels. Voor mij legde een mijnheer, met een jengelend kind aan zijn hand, een heleboel eetwaren op de band. Hij sprak me aan. Pardon mevrouw, is dat alles wat u koopt? Ik knikte. Gaat u maar voor, zei hij, het kind in bedwang houdend. Ik ging voor zijn kar staan, achter een andere mijnheer die ook heel veel kocht. De tweede mijnheer draaide zich om en keek naar het ondergoed en de kaasstengels. Is dat alles wat u koopt? vroeg hij. Ik knikte weer. En ook hij liet mij voorgaan.

Mijn onderzoeksmateriaal is wellicht te mager om conclusies te trekken. Maar ik vond het toch opmerkelijk. Ik onderwierp mijzelf ook aan een onderzoek. Had ik iets gezegd? Hadden ze mijn accent gehoord? Neen, want ik was alleen. Zie ik er anders uit? Ik denk het niet. Ik probeer er zoveel mogelijk uit te zien als iemand van hier. Net zoals iedereen draag ik afgedragen jeans en dikke truien. Ik rijd met een derdehands auto waarvan het achterlicht het weer niet meer doet. Ik doe boodschappen met grote plastic zakken van de carrefour en de simply market. Ik ben weliswaar een vrouw, maar wel eentje van middelbare leeftijd. Mijn haar is niet goed geknipt en mijn bril zat halfweg mijn neus. En in de winter draag ik lange onderbroeken.

Zouden de Catalanen van nature hoffelijk zijn? Het zou kunnen. Het is een feit dat je in elke winkel vriendelijk gegroet en uitgebreid uitgezwaaid wordt. Je vous souhaite encore un agréable après-midi et une bonne soirée, klinkt het dan. Mooi toch.