Het is net zo koud als een maand geleden. Misschien nog een tikkeltje kouder en het duurt ook wat langer. De afgelopen week had ik er weinig last van, want ik was in A, waar het ook al niet meer zo warm was. Maar gisteravond kwam ik aan in een door en door koud huis. De buurman was zo lief geweest om een uurtje voor mijn aankomst de kachel aan te steken, maar dat mocht weinig baten. De dikke muren waren alle opgespaarde warmte kwijt. Ik stookte de hele avond, de droogste en de dikste stukken hout, ik warmde een baksteen op de kachel en nam hem gewikkeld in een handdoek mee naar bed, maar ik kreeg het niet warm. Ook vandaag niet. Alleen tijdens het hout naar boven zeulen, kreeg ik het warm. De burgemeester had gelijk: le bois, ça chauffe plusieurs fois. En tijdens het eten, ging het ook wat beter. Ik had pittig Indiaas gekookt.

Maar de rest van de dag zat ik me af te vragen of ik toch niet een heel klein beetje masochistisch ben. Om hier te komen kou lijden in plaats van in A te blijven, in een appartement met gaskachels èn centrale verwarming en waar ik me aan Els en Zohra kan warmen.

Dat noemen ze dan “jezelf tegenkomen”, denk ik. Ben benieuwd of mezelf er morgen ook zal zijn.