Het is nu wel even genoeg geweest met die paddenstoelen, hoor ik hier en daar. Oké, ik laat ze even rusten. Ik ben nu toch in A. Hoewel, vanmorgen liep ik langs het park en voelde ik een lichte drang om onder de gevallen bladeren te gaan kijken of er niet een paar mooie exemplaren stonden.

Maar in A is er op ooghoogte ook veel te zien. Mensen, in alle kleuren en modellen. Het viel me al op, toen ik, na de tgv van Perpignan naar Brussel, de trein naar Antwerpen nam. Ik weet niet hoeveel talen er op de trein gesproken werden, maar er waren er verschillende die ik niet kon plaatsen. De vreemdste combinatie vond ik Italiaanssprekende Afrikanen. Ik vond al die mensen plots zo boeiend dat ik veel zin kreeg om mijn fototoestelletje uit mijn tas te halen en iedereen uitgebreid te fotograferen. Zoals ik met de paddenstoelen doe. Maar ik durfde niet. Of ik was te moe om het te durven. En ook een beetje aangedaan. Het was vreemd om Antwerpen binnen te rijden als bezoeker of half-inwoner. Het duurde een beetje eer ik weer thuis was. En het zal wellicht nog een paar maanden duren om te wennen aan het idee dat ik nu in twee werelden woon.