Op een berg wonen is niet alle dagen rozengeur, maneschijn en everzwijnen, dat wist ik op voorhand. Soms is het hard werken en soms is het gewoon hard. Gisteren had ik een moeilijke dag. Op de planning stond boodschappen doen en de gasfles omwisselen in Prades en dat zijn niet bepaald mijn favoriete karweitjes. Om mezelf wat aan te moedigen, kleedde ik me wat stadser dan gewoonlijk en liep ik gezwind naar mijn gehuurde cinquecento. Ik wou vlotjes uit mijn eigen parkinkje naast de kerk rijden en reed daarbij een gemeentemuurtje aan. Aie, lelijke krassen in mijn mooie autootje en het gemeentemuurtje kapot. En daar stond dan nog mijn buurman op te kijken. Ik weet niet wat ik het ergste vond: de onvoorziene kosten of de deuk in mijn al wankele reputatie.

Wat volgde was een vlaag van neerslachtigheid, en het werd er niet beter op tijdens het winkelen in de ongezellige super-U. Bij mijn thuiskomst had ik veel zin om een vroege aperitief te nemen of in mijn bed te kruipen. Maar gelukkig was ik zo flink om de boodschappen uit te pakken, de keuken op te ruimen en nog een korte wandeling te maken. Vooral dat laatste hielp. De natuur verandert nu in sneltempo van kleur. Groen wordt geel en oranje. Bij het parc à moutons vond ik nog een late coulemelle, waarvan ik een heerlijk voorgerechtje maakte. Daarna een lekkere gegratineerde ajuinsoep en het leed was al bijna vergeten.

De foto is wat donker, maar het loont de moeite om er even op te klikken.