Gisteren heb ik ongegeneerd zeven soorten paddenstoelen afgesneden en ze mee naar huis genomen. Mijn zus Helga was mee op pad en keek goedkeurend toe. Voor de wetenschap moeten soms offers gebracht worden.

De tocht was heerlijk. Het bos rook naar herfst en op een bepaalde plaats naar frangipane. Helga zag een glimp van een hert, maar ik was te laat. Mijn ogen zijn meestal op de bodem gericht.

De rivier was niet oversteekbaar en we zagen geen pad naar de andere kant van het dorp. Daarom namen we de weg gewoon terug. En dat was niet erg want de weg terug is hier meestal even mooi en interessant dan de weg heen.

Thuis ging ik aan de slag met mijn Guide Hachette 100 espèces, maar alleen de felpaarse Laccaire améthyste (amethistzwam) kon ik identificeren. Niet moeilijk met zo’n kleur. De rest had ik het raden naar. Twee mensen in het dorp verwezen me naar madame C, een dame die alles weet over paddenstoelen, planten en dieren.

Madame C woont samen met mijnheer C in een peperkoeken huisje, iets hoger op de berg. Ze hebben een “vue imprenable” op de helft van het massief van de Canigou, waar ik een beetje jaloers op ben.

Ik klopte aan en stelde me voor. Oh ja, zei ze, ik heb al over je gehoord. Ik vroeg maar niet naar wat er over mij verteld wordt. Waarschijnlijk zoiets als: ze heeft ocharme geen hout en ze gaat elke dag in het bos sprokkelen.

Ik toonde mijn paddenstoelen en hoopte op een uitgebreide wetenschappelijke uitleg, maar alles wat ze deed was een paar specimen eruit gooien. De rest mag je opeten, zei ze. Als dank gaf ik er haar een paar.

Thuis selecteerde ik er drie. Daarna twee, want de paarse was wel eetbaar, maar ik vond dat ik niet mocht overdrijven met mijn overmoed.

Dus braadde ik er eentje in de pan, waarvan ik dacht dat het een jonge cèpe de bordeaux was, maar madame C dacht het niet. Te bleek, was haar oordeel. Ik denk dat ze gelijk had, want hij was niet slecht, wat knapperig, maar hij smaakte niet naar eekhoorntjesbrood.

Daarna deed ik een voor mij -en voor de Guide Hachette 100 espèces- onbekende boleet in de pan. Ik bakte de stukjes aan weerszijden bruin en liet ze daarna nog even nagaren in de oven. Zonder look en peterselie, zelfs zonder zout en peper, proefde ik iets dat me nog lang zal heugen: mijn eerste zelf afgesneden en bereide boleet. Heerlijk.