In ons dorp woont een man die aan handoplegging doet. Ik heb het van horen zeggen en nu ik het domein van de (rug-)pijnbestrijding aan het onderzoeken ben, denk ik erover om me door hem te laten behandelen. Maar voorlopig richt ik me op de gewone middelen en wie weet doe ik in een vlaag van wanhoop toch eens beroep op zijn gave.

Jean behandelt niet alleen mensen, hij geneest ook dieren en hij zou een gebied kunnen zuiveren van negatieve invloeden. En blijkbaar kan hij ook mechanische pech verhelpen. Dat heb ik met eigen ogen gezien.

Toen ik zaterdagavond samen met een buurvrouw terug naar Glorianes wou keren na een theatervoorstelling in een naburig stadje, liep ik al met een bang voorgevoel naar de auto. In het stadje had het wat geregend, maar we hoorden dat het op de berg gesneeuwd en gehageld had en dat de weg erheen erg glad was.

We besloten het er toch maar op te wagen want we hadden geen van beiden zin om een hotelkamer in het dal te zoeken. We vertrokken en alles leek goed te gaan, maar net voor we aan de klim naar Glorianes zouden beginnen, gaf de auto verontrustende signalen. Buurvrouw ging aan de kant staan en legde de motor stil. Ze probeerde opnieuw te starten maar de batterij bleek leeg. Daar stonden we. Het was bijna middernacht en ijskoud.

Gelukkig kwam Jean, die ook naar de voorstelling was geweest, achter ons aangereden. Hij stopte en vroeg wat er aan de hand was. Buurvrouw stapte uit en deed de uitleg. Ik bleef op de passagiersstoel zitten. Het kofferdeksel ging naar omhoog en ik hoorde Jean zeggen dat hij de batterij zou opladen. Ik veronderstelde dat hij kabels in de auto had en dat hij die zo meteen zou halen en aansluiten. Maar Jean wreef zijn handen warm en legde ze vervolgens op de batterij. Na tien minuten vroeg hij om te starten. Buurvrouw stak de sleutel in het contact en de motor startte meteen. De koffer ging dicht, we gingen op weg, met Jean achter ons aan. Tijdens het rijden gaven de lampen steeds minder licht en na vier kilometer gaf de auto het opnieuw op. Jean deed geen tweede poging, mogelijk was ook zijn batterij leeg.

We lieten de auto aan de kant en kropen achterin het bestelwagentje van Jean. Wat verderop lag er sneeuw langs de weg en toen we in het dorp aankwamen was het helemaal wit. Ik was opgelucht dat ik niet te voet de berg op had moeten komen. Rond halftwee kroop ik in mijn met ‘bouillotte’ verwarmd bed.

En nu vraag ik me nog steeds af hoe dat zit met die handoplegging. Zou de batterij na tien minuten rust vanzelf een tweede adem hebben gekregen? Of heeft Jean echt genezende handen?