In juni ben ik gaan helpen op de boerderij.
Vorige week heeft de boerin me geholpen om mijn jaarlijkse vracht brandhout van de straat naar mijn huis te slepen en te stapelen. We hebben er een ochtend (vanaf 6.30 u) en twee avonden over gedaan.
Diezelfde week ging ik om de andere avond de tuin van Céline sproeien, want zij had een weekje vakantie.
Nadège, de overbuurvrouw van Céline nam de kippen, de konijnen, de katten en de paarden voor haar rekening. Toen zij zelf een paar dagen weg ging, deed Marie de paarden en ik de kleine dieren.
Gisteren heeft René mijn wc voorlopig gerepareerd.
En dinsdag brengt Céline mij om 6.00 u ’s ochtends naar het station.

En zo gaat het de hele tijd door. We doen voortdurend dingen voor elkaar zonder dat er geld of bonnetjes aan te pas komen. Op een of andere manier slagen we erin een zeker evenwicht te bewaren tussen helpen en geholpen worden. Het klinkt bijna idyllisch en dat zou het kunnen zijn. Als iedereen meedeed. In het dorp, en overal.

Tijdens Célines afwezigheid werden drie kuikentjes geboren.