Halfzes ’s morgens in het dorp

Achter dikke muren
Woelen buurman en vrouw
Zich de ochtend in

Misschien zit hij recht
Probeert de dag al te pakken
En keert zij haar rug

Wil van geen daglicht weten
Ze is moeder van een elfje
En altijd ongerust

In de presbytère
Slaapt de ongelovige baardman
De diepe slaap der onschuldigen

De kat van de Schot
Komt me tegemoet
En klaagt over haar baas

Hij ligt naast zijn lieflijkheid
Zich af te vragen
Wat te doen vandaag

Dat hoeft de burgemeester niet
Haar minnaar droomt
Dat hij haar gevangen houdt

Er is de vrouw die de wetten kent
De man lacht met een vals gebit
Ze struinen al rond in hun donkere huis

Voor hij zijdelings
Het struikgewas induikt
Wijst een haas nog snel de weg

De kraaien steken over
Hoppen nemen schuin de vlucht
Anonieme vogels ritselen in bomen

Uit de grond rijzen nieuwe geuren
Ze kondigen de warmte aan
De krekels aarzelen

In de stad was ik alleen
De mensen waren wakker
De dieren ziek of dood

(Meer proza en poëzie op https://christinevandenhove.wordpress.com)