Mijn buren zijn met vakantie, ik ben tijdelijk de enige bewoner van de dorpskern.

Ma soeur, l’ermite, grapt mijn zus wel eens. Ik lach, maar het blijft hangen. Ben ik een kluizenaar? Kluizenaars verdelen hun tijd tussen gebed, meditatie en werk, lees ik op Wikipedia. Ik ben dus geen kluizenaar. Ik bid of mediteer niet, ik werk te weinig en ik heb te veel contacten. Ik blog, en ik bel en mail bijna dagelijks naar de mensen die mij nauw aan het hart liggen.

Maar soms voel ik me toch een klein beetje kluizenaar. Op dagen als vandaag, wanneer de wind koud en onaangenaam is. Dan voel ik plots de eenzaamheid. Ze hangt rond mijn nek als een te zwaar collier.

Nochtans heb ik haar zelf gezocht. En nu ik haar heb, voelt ze soms wat ongemakkelijk aan. Tegelijk heeft ze iets verleidelijks. Alsof er diep in haar iets moois zit. Voorlopig durf ik dat nog niet te verkennen. Ik houd me vast aan de rand van de vijver. Zwemmen is voor later.