Geen paradijs zonder slang. De slang in ons dorp is dezelfde als die van Adam en Eva. Onenigheid heet ze. Al heel snel nadat ik het huis gekocht had, ontdekte ik haar. Hoe is het mogelijk, dacht ik, maar 19 inwoners en toch zijn ze niet in staat om in vrede samen te leven. Ik nam me meteen voor om overal buiten te blijven en op alle achterklap zo neutraal mogelijk te reageren.

Dat lukt min of meer. Ik heb met iedereen hoffelijk contact. Zelfs de burgemeester is sympathieker geworden. Ik werd al een keertje te eten gevraagd bij mijn buur, de (moderne) schaapherder, en gisteren werd ik op de koffie gevraagd bij de linker buurvrouw. Daar kwam de ergernis alweer op tafel, maar ik knikte wat en ging er niet op in.

Toen vertelde ze dat een aantal mensen van het ene kamp bedisseld hebben dat ik een stukje gemeentegrond mag gebruiken om groenten te kweken. Een heel mooi stukje grond dat op natuurlijke wijze geïrrigeerd wordt door een bron. Wel pal in het midden van het dorp zodat iedereen zal kunnen zien hoe ik als stadsmens mijn eerste stappen in de kunst van het groenten kweken zet. Euh.

En wat zal het andere kamp daarvan zeggen? Ik kijk de kat nog maar even uit de boom. En ik vind het helemaal niet erg om voorlopig kerstomaatjes in bloempotten te kweken. We zien wel.

Het was overigens vandaag een heel zonnige dag. Ik kreeg zowaar zin om in de tuin te werken. Maar bij gebrek aan tuin, heb ik de chemin publique aangepakt. Brandnetels, klimop en druivenbladeren verwijderd. Best plezierig.