Vandaag heb ik de kachel uit laten gaan. Ik kon me verwarmen aan de vijf stères hout die de vriendelijke man uit Prades in mijn straat had gestort. Hij leverde om kwart voor acht en om acht uur begon ik aan het helse karwei om alles gestapeld te krijgen. Ik begon met een paar handschoenen en een mand, maar om tien uur bracht mijn linker buurman mij een kruiwagen. Une brouette, weer een mooi woord geleerd. Dat was de enige hulp die ik kreeg, en gelukkig maar. Ik wou geen hulp en ik had al een paar mooie Franse zinnen in gedachten waarmee ik de eventueel aangeboden hulp vriendelijk maar kordaat zou weigeren. Maar het was niet nodig.

Le bois, ça chauffe plusieurs fois, grapte de burgemeester, terwijl hij met zijn handen in zijn zakken toekeek hoe ik mij uit de naad werkte om de straat weer vrij te krijgen. Er was nochtans geen haast bij. Ik hoefde het niet allemaal vandaag te doen, zei hij.  Er is namelijk maar één straat in het dorp en in die straat staat maar één huis en dat is het mijne. Rue de l’ église, zonder huisnummer dus. Face porte staat er soms bij, recht tegenover de kerkdeur.

Maar ik wou het hout in één keer binnenkrijgen en dat is me gelukt. Om zes uur was ik klaar, de straat schoongeveegd en al. En dit berichtje kan er nog net bij, maar daarna kruip ik in bed met een op de kachel opgewarmde baksteen tegen mijn stijve rug.