Koude berglucht samen met warme zon doet wonderen. Mijn tristesse was met de wind verdwenen. Ik had zin om aan de slag te gaan en haalde de houtopslagplaats leeg. De goede stronken bracht ik naar boven. De stukken die te lang of te dik zijn hield ik apart. Mijn buurman zal ze kleiner maken met zijn zingende zaag. Het sprokkelhout brak ik in korte stukken en stapelde ik in bakken en manden. Daarna ging ik appels rapen en schaapjes fotograferen.

Is het dit nu? vroeg ik me af.  Ja, dit is het, antwoordde ik. Hier heb ik altijd van gedroomd.

Nu nog iets van werk. Iets zinvols, iets nuttigs. Maar dat komt ook nog. Ik voel het.

Op de terugweg van het bos, kwam ik twee Denen tegen. Ze wonen al 10 jaar in Eus. En ja, ze zijn content. Maar ze spreken nog maar een klein beetje Frans.

Daarna ontmoette ik de nieuwe dorpelingen. Ongeveer even nieuw als ik. Een jong paar, vol plannen. Het meisje had het erg koud en zag er wat belabberd uit. Je hebt zo van die dagen. Ook in het gedroomde leven.