Voor ik hier kwam wonen, vroeg ik me wel eens af of ik niet bang zou zijn, ’s nachts. Maar ik ben tot nu nog nooit bang geweest. De eerste keer dat er wind rond het huis woei, vond ik het fijn om daar naar te luisteren en te merken hoe stevig de muren en het dak waren. Ik voelde mij beschut door het kerkgebouw achter mijn huis en de rots waarop het dorp gebouwd is.

Het waait hier wel vaker, dat wist ik. Maar vannacht stormde het en het stormt nog steeds. Ik sliep onrustig en elke keer als ik wakker werd, verbaasde ik mij erover dat het nog steeds even hard woei en vroeg ik me af waar die energieke wind vandaan bleef komen. Vanmorgen vroeg vloog het raam van de woonkamer open. Vanavond moet ik de luiken sluiten, leer ik daaruit. Die zijn er niet voor niets.

Het luik aan de binnenkant van het keukenraam had ik wel dichtgedaan. Het viel mij plots op hoe oud het was. Het is waarschijnlijk het oudste stukje schrijnwerkerij in dit huis. Volgens de buren zijn onze huisjes zeshonderd jaar oud. Ik wou dat ik mij in de tijd kon verplaatsen om te zien hoe de mensen hier leefden.

De wind is ijskoud en er ligt een dun laagje korrelsneeuw. Ik denk dat ik vandaag maar bij de kachel blijf.