De afgelopen weken was ik in A, druk bezig met verhuizen en overleven tussen dozen en zakken. Als ik al tijd had om weg te dromen, probeerde ik niet aan Can Xatard te denken. Het contrast was te groot, de stad te druk, de verhuis te slecht voorbereid (door mij) en de nieuwe plek te interessant. En dan was er ook nog de kroniek van een aangekondigde teleurstelling: de gemeenteraadsverkiezingen. Het contrast tussen A en het dorp kan wat dat betreft niet groter zijn.

Een enkele keer vroeg ik me wel eens af hoe het met de druiven zou zijn. Over mijn terrasje groeit een wijnstok die als voornaamste verdienste schaduw levert. Want de druiven zijn nauwelijks het vernoemen waard. Toch ben ik er een beetje trots op. Vlak voor ik naar A vertrok, waren ze nog niet echt eetbaar, want een beetje zuur, maar wel al fotogeniek. Ik liet ze hangen, in de hoop dat ze nog wat zouden groeien en zoeter worden in de oktoberzon.

Ze waren niet gegroeid, maar wel een klein beetje zoeter. Dat vonden de vogels ook. Of misschien de vleermuizen. Wie dan ook van mijn druiven at, liet er nog een beetje voor mij over. Lief, toch?