Gisteren vond ik op het terras een zakje met seizoenfruit: pruimen, druiven en appels. Ik raadde meteen waar ze vandaan kwamen: van de buren aan de rechterkant.  Zij hebben in het dal een grote jardin potager omdat groenten en fruit op de berg veel trager groeien en soms zelfs niet tot rijpheid komen.

Vandaag bracht de andere buurvrouw, samen met dochtertje Natacha, mij een mandje met tomaten. Hier op de berg gekweekt, vertelde ze trots. Het waren tomaten met namen. De enige naam die ik onthouden heb, is Délice du Jardinier. Het zijn de kleine exemplaren. Te groot om ze kerstomaten te noemen. Wat mij betreft mogen ze allemaal Délice du Jardinier heten, want hoewel ze te mooi zijn om op te eten, ze zullen ongetwijfeld lekker smaken.

Zelf ben ik bezig om van het stukje openbare weg naast mijn huis, dat eerder op een wildernis lijkt, een kleine jardin potager te maken. Ik heb er al munt, tijm en kruiprozemarijn geplant. Benieuwd of dat mag van de burgemeester.