Intussen in Frankrijk -13

Gisteravond praatte ik met mijn India-zus die nu in de VS bij haar jongste zoon verblijft. Haar hele gezin woont over de wereld verspreid en af en toe doen ze een gezinsquiz om de moed erin te houden. Ze stellen het goed maar na een tijdje ging het gesprek toch de sombere kant op. Laten we positief eindigen, zei Elisabeth, en ze vertelde dat zij en Haroun allerlei plantjes in potten gezaaid hebben en dat ze genieten van het prille groen.

Toen ik vanmorgen wakker werd, dacht ik aan een jong eikenboompje dat ik gisteren zag. Het is ongeveer 15 cm hoog en het groeit in het midden van een weg, waar weliswaar nu geen auto’s over rijden, maar in de zomer waarschijnlijk wel.

20200404_092501

Bij wijze van ochtendwandeling trok ik er heen, gewapend met een houweeltje en een paar handschoenen. Ik zou mijn dag beginnen met een goede daad en dat boompje verplanten.

Maar het boompje wilde niet mee. De wortels zaten veel te diep en ik durfde niet te hard trekken. Ik heb ze dan maar opnieuw bedekt met aarde. Zucht. Elke keer als ik er nu langs ga komen, zal ik dat boompje zien groeien en zal ik aan zijn onherroepelijk lot denken.

Maar dit is nu eenmaal de realiteit. Ik kan niet iedereen en alles redden, zelfs niet helpen. En sterker nog, soms doe ik beter niets. Soms help je juist door niets te doen. Of door iets heel anders te doen.

Voortaan ga ik eikels rapen, en misschien ook kastanjes, en ze ergens planten waar ze kans maken om te overleven. Zoals l’homme qui plantait des arbres. Als ik me machteloos voel, dan ga ik naar dat filmpje kijken. Ook heerlijk om naar te luisteren. Naar de stem van Philippe Noiret.