Intussen in Frankrijk – 8

Mijn buurman is gisteren toch naar het dal gewandeld (11 km), maar is onverrichterzake moeten terugkeren (11 km) omdat hij geen masker droeg en daardoor ruzie kreeg met de vrouw van de groenteboer. Vandaag is hij naar een andere winkel geraakt – ook te voet, hij heeft geen auto- en met een volle rugzak teruggekomen.

Marie bracht mijn bestelling (boter, eieren en yoghurt) naar het gemeenteplein. Ik ging haar tegemoet en ik vond het toch wel fijn dat we een paar woorden konden wisselen.

Ze vertelde eerst hoe lastig het was geweest, dat ze meerdere keren tegengehouden werd en dat ze opmerkingen kreeg omdat ze langer dan een uur onderweg was. Blijkbaar begrijpt niet iedereen de maatregelen, ook sommige ordehandhavers niet, want voor zover ik het begrepen heb, mogen we voor het inkopen van eten en medicijnen wèl langer dan een uur onderweg zijn.

Toen ik vroeg hoe het met haar ging, betrok haar gezicht.

‘Niet zo goed,’ zei ze. Vorige week is haar tante overleden en gisteren haar schoonzus. De tante was hoogbejaard en terminaal, de zus van haar vriend was weliswaar ziek maar haar overlijden was toch plots en overwacht. Ze woonde in een ander departement en ze weten niet wat voor complicatie er is opgetreden.

Het is schrikken. Tot nu ken ik zelf persoonlijk nog niemand die ziek is, of overleden is. Maar de mogelijkheid dat het ook in mijn kringen gebeurt, lijkt met het stijgen van de curve elke dag waarschijnlijker te worden.

‘Het spijt me,’ zeg ik. ‘Ik zou mijn boodschappen misschien wel zelf kunnen doen en ook voor anderen in het dorp -in jouw plaats-, maar ik ben bang,’ beken ik. Toen mijn ouders nog leefden heb ik bijna alle ziekenhuizen in de streek van binnen en van buiten gezien.  In het ziekenhuis waar mijn vader gestorven is en waar mijn moeder haar laatste dagen heeft doorgebracht zet ik geen voet meer. En het enige ziekenhuis van Perpignan waar ik  vertrouwen in heb, ligt nu vol met getroffen patiënten.

Bovendien heb ik ooit een ernstige griep met longaandoening en ademhalingsproblemen meegemaakt en dat spook waart nu nog rond in mijn dromen. Ik ben mijn zusje en haar toenmalige vriend nog steeds dankbaar omdat ze me toen in huis hebben genomen en verzorgd hebben.

‘Het geeft niet,’ zegt Marie, ‘het leidt me af om op pad te moeten gaan. Bovendien ben jij alleen.’

Ik blijf mij er bezwaard bij voelen. Maar ik probeer het me voor te stellen. Als ik ziek word, en zelfs maar milde symptomen heb, zal ik toch beroep moeten doen op iemand van het dorp. Al was het maar om brandhout aan te slepen en de kachel brandend te houden. Ik denk nu dat ik de gemeenschap een dienst bewijs door thuis te blijven en geen risico’s te lopen. En het is fijn dat ik nu wat zuivel in huis heb. Maar zonder gaat ook.

Tegen volgende week donderdag mag ik een nieuwe bestelling doorgeven. We zien wel, tegen dan.

Intussen heeft het opnieuw gesneeuwd en zelfs wat meer dan gisteren. Vandaag hoorde ik Sometimes it snows in April van Prince op de radio. En het paste wonderwel bij alles. Ook al is het maart. Who cares.

20200326_091355

 

 

Intussen in Frankrijk – 7

Mijn buurman is gezond en wel thuisgekomen. Hij had er een lange reis opzitten van Philadelphia over Frankfurt, Parijs en Montpellier naar Perpignan. Daar nam hij een taxi naar Glorianes.

‘124 euro,’ zei hij, ‘maar dat waren de best bestede 124 euro van mijn leven.’

‘Ma place est ici,’ voegde de hij eraan toe. En ik kan hem als geen ander begrijpen.

We voerden ons gesprek op twee-drie meter afstand, ik vanop het terras, hij onderaan de trap. Sinds gisteren heb ik hem niet meer gezien. Hij wilde vandaag te voet naar het dal gaan (11 km) en daar voorraad inslaan. Maar ik heb zo’n vermoeden dat de burgemeester daar een stokje voor heeft gestoken.

Vanmiddag kregen we een berichtje dat we beter thuisblijven en dat zij, Céline, en Marie, kersvers gemeenteraadslid, voortaan de boodschappen voor ons allemaal zullen doen. Ik heb eieren, yoghurt en boter besteld.

Mijn rugspieren, bekken- en schoudergewrichten begonnen vandaag erg vervelend te doen. Heel even werd ik ongerust. Maar neen, geen koorts en geen andere klachten. Mijn lieve Belgische huisarts stelde me via e-mail gerust. Voorlopig verweer ik mij met liters tijmthee en met mijn favoriete yogales bij Adriene.

In Perpignan liggen op dit moment 98 mensen in het ziekenhuis. Dertig zijn er ernstig aan toe. De luchthaven is gesloten. Er werd een lijst vrijgegeven van markten die nog mogen doorgaan, waaronder Prades. Ik ga er alleszins niet heen.

Vanmorgen lag er een dun laagje sneeuw. Rond de middag was het al weg.

20200325_073107

Portrait de la jeune fille en feu

Deze film stond al een hele tijd op mijn verlanglijstje, maar in de bioscoop van Prades worden de meeste films maar één keer vertoond en die datum heb ik gemist.

Daarna ging hij uit mijn gedachten, tot ik hem tot mijn grote vreugde in de boekhandel zag liggen waar ik in maart een maand winkeltje zou gaan spelen.

Intussen ben ik ‘door omstandigheden’ weer thuis en gelukkig had ik de tegenwoordigheid van geest om tijdens het overhaast inpakken de dvd in mijn bagage te stoppen.

Ik begon tijdens de treinreis al te kijken, maar ik keek hem maar half uit. Ik vond hem te mooi. Ik wilde er thuis in alle rust verder van genieten.

De film begint met de bootreis van Marianne, een schilder, die de opdracht heeft om een portret van de mooie Héloïse te maken. Ze wordt naar het Bretonse eiland gebracht waar Héloise samen met haar moeder en een meid woont en waar ze voorbereid wordt op een huwelijk met een welgestelde Italiaan. Omdat Héloïse geen zin heeft in dat huwelijk moet Marianne het portret heimelijk maken. Ze wordt voorgesteld als gezelschapsdame en ze bestudeert haar model tijdens hun wandelingen aan het strand.

Het verhaal speelt zich af in de achttiende eeuw en is in vele opzichten sober en gestileerd. Het draait om vier vrouwen die in een groot maar eenvoudig ingericht eilandhuis wonen. Héloïse en haar moeder, Marianne en de meid Sophie, dragen de hele tijd dezelfde kleren, prachtige eenkleurige jurken, en dezelfde kapsels, en acteren ook de hele tijd in dezelfde decors. Toch gaat dat nooit vervelen. Integendeel, ik kreeg er maar niet genoeg van, ik vond het heerlijk om telkens weer mijn ogen de kost te mogen geven in die sfeervolle kamers, de met houtvuur en kaarsen verlichte keuken, en aan die prachtige kust.

Ook de taal is gestileerd. De dialogen zijn minimalistisch, het zijn de blikken en gebaren die spreken.

Deze film kreeg mij aan het dromen. Er zijn best een paar overeenkomsten te vinden met mijn roman Colombe: de tijdsgeest, de rol van de natuur, de ruwe omgeving, de sobere taal.

Ik kreeg al meerdere keren van lezers te horen dat het verhaal van Colombe en Amparo verfilmd zou moeten worden. En ik kan me een film over hen in de stijl van Céline Sciamma gemakkelijk voor de geest halen.

Maar voorlopig is er enkel het boek, in het Nederlands. Er is een begin gemaakt van een vertaling naar het Frans en wie weet… Dromen mag.

De film is te koop in de webwinkel van Kartonnen Dozen. Een dvd in een doosje heeft het voordeel dat je er op elk moment kunt naar kijken, dat je de hoofdstukken apart opnieuw kunt bekijken en dat er een paar interessante extra’s aan toegevoegd zijn: een audio-commentaar door de regisseur, Céline Sciamma, en een interview met de schilder Hélène Delmaire die meewerkte aan de film.

Als je de dvd bij Kartonnen Dozen koopt wordt hij binnen een paar dagen bij jou geleverd. Je steunt bovendien een Belgisch bedrijf.

En als je Portrait de la jeune fille en feu samen met Colombe koopt betaal je alvast geen verzendkosten.

Bestel gauw, nu het nog kan.

 

 

Intussen in Frankrijk – 6

Vanmorgen heb ik de voorraadkasten wat grondiger geïnspecteerd. Aanleiding was het bericht dat we ons nu niet verder dan een kilometer van huis mogen verplaatsen. En voor de dichtsbijzijnde winkel moet ik ongeveer 11 km ver.

Gisteren bood Marie, een dorpsgenote, nog aan om wat boodschappen voor me mee te brengen als ze donderdag naar het dal zou gaan, maar de kans dat ze naar de supermarkt in Prades (21 km) geraakt lijkt me erg klein. In het beste geval kunnen we misschien onze burgemeester naar het kleine supermarktje in Vinça (11 km) sturen, waar ze vooral huismerken verkopen en de andere producten de helft meer kosten dan ergens anders.

En dus ging ik maar weer eens in de kasten kijken. Ik heb ook foto’s gemaakt zodat ik over een paar weken kan vergelijken. Want ik kan zeker nog een aantal weken overleven. En misschien wel langer. Ik heb voldoende pasta, rijst en andere koolhydraten in huis, genoeg vetten (olijf- en andere olie, en nog een heel klein beetje boter), nog wat vis- en groentenconserven, veel te veel suiker, honing, konfituur en gedroogde vruchten. Twee pakjes chocolade, een pakje ‘cent wafers’ en een paar versuikerde karamellen. Een interessante voorraad wal- en hazelnoten. En een halfvolle diepvriezer met vlees (lamsvlees, rundvlees en vier duifjes die ik van een dorpsgenoot kreeg).

Ik zal dus zeker niet van honger omkomen. In de tuin groeit ook nog van alles en hopelijk wachten de kippen van de burgemeester niet te lang met het leggen van hun eerste ei.

Gisteren vernam ik dat mijn dichtstbij wonende buurman vandaag via Parijs terugkeert uit de VS. Hij zal twee weken in quarantaine moeten, maar dat zijn we inmiddels allemaal.

Met hem is inmiddels in ons dorp bijna iedereen terug van weggeweest. Het goede moment om een volkstelling te houden. Daar ga ik me ‘un de ces quatre’ eens mee bezig houden.