Troost vinden bij Mucha

Een zaal vol kisten, een hulpverlener die erbij vertelt hoe erg hij het vindt dat al die mensen heel alleen, zonder familie of vrienden aan hun zijde, overleden zijn. Het is hartverscheurend en het stemt tot nadenken.

Ik denk dan aan mijn kring en vraag me af wie het meest kwetsbaar is en stel me voor hoe het zou zijn. En ik denk ook aan mijn eigen dood.

Ik ben niet bang voor de dood. Ik ben wel bang om in een ziekenhuis terecht te komen en beademd te moeten worden. Daarom ben ik haast belachelijk voorzichtig.

Maar ik ben niet bang om te sterven.

Ik heb nog maar één keer iemand zien sterven. Tweeëntwintig jaar geleden stierf mijn man, Ton, in mijn armen. Het duurde een nacht. Hij was niet bang.

Toen mijn ouders stierven, was ik de laatste dagen en uren bij hen, maar ik was er niet bij toen hun hart ophield met kloppen. Ik was net de kamer uit.

Een vriend vertelde me dat hij ooit in de bergen in een sneeuwstorm was terecht gekomen. Hij was vast komen te zitten op een helling en hij geraakte onderkoeld. Gelukkig werd hij gered. Hij zei dat hij zich er achteraf had over verwonderd dat hij, toen hij zo dicht bij de dood was, helemaal niet bang was geweest. Dat hij zich zelfs geen zorgen had gemaakt over zijn vrouw en kinderen. Dat hij bereid was geweest om mee te gaan, met de dood.

Toen ik twintig jaar geleden ernstig ziek was, had ik een gelijkaardige ervaring. Ze duurde heel kort, maar ze was zo sterk dat ik er nog regelmatig aan denk. Het voelde als ‘het is goed, neem mij maar mee’. Het was een gevoel van overgave. Van vrijheid en rust.

Later zag ik in Praag een schilderij van Mucha waarop ik dat gevoel van overgave terugzag. Het stelt een Russische boerin voor die verdwaald is in de steppe. De wolven naderen en ze geeft zich over aan haar lot.

Als ik aan mijn eigen dood denk, dan hoop ik dat het zo zal gaan. Ik hoop ook dat al die mensen, die alleen moesten sterven, dat diepe gevoel van rust hebben ervaren. Die hoop troost mij.

 

hvezda-sibir

 

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk – 9

Gisteren had ik een sombere dag. Het begon met het nieuws dat Liesbeth List is overleden. Dat bracht me terug naar lang geleden toen mijn zussen en ik nog allemaal thuis woonden en ik de hele LP ‘Liesbeth List zingt Theodorakis‘ zowat uit mijn hoofd kende. Mijn oudste zus (ook een Liesbeth) kreeg het op haar heupen omdat ik maar bleef zingen van ‘ik heb een lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is’. En ja, natuurlijk,  het staat allemaal op YouTube. Waar ik een tijdje bleef ronddwalen en tenslotte eindigde met een filmpje waarop Rufus Wainwright Hallelujah zingt met een 1500 koppen tellend koor. Toen liet ik de tranen maar komen.

 

Om me te troosten heb ik dan maar havermouttruffels gemaakt en om me verder af te leiden ben ik de bloembakken op het gemeenteplein gaan wieden en heb ik er een vers laagje haksel opgelegd. Nu nog bloemetjes planten.

Vandaag gaat het beter. Ik zou lief zijn voor mezelf en vooral niets moeten. De ochtendwandeling eens overslaan. Maar gelukkig ben ik nog steeds/opnieuw verslaafd en had ik voor ik het goed en wel besefte mijn wandelschoenen al aan.

Tegen de middag ben ik een tweede keer richting bos getrokken. Ik wilde daslook gaan plukken om er taboulé mee te maken. Ik ken maar één plek in het bos waar heel veel daslook staat en het was al een paar maanden geleden dat ik er nog kwam. Daarom zag ik nu pas wat de zware regenperiodes in het bos aangericht hadden. Er zijn heel wat bomen gesneuveld en de weg naar de plek bij de rivier waar eind maart/begin april dat kostbare kruid groeit was versperd. Heel even overwoog ik om terug te keren, maar dan heb ik mezelf een duwtje in de rug gegeven en ben ik met een omweg en wat klimmen toch bij de rivier geraakt. Receptjes met daslook zijn op komst.

Daarnet stuurde de burgemeester een filmpje rond waarin ze, samen met twee vriendinnen en een kip, een liedje zingt, om ons op te beuren. Jammer dat ik het hier niet kan tonen. Want het hielp wel een beetje.

Ook een telefoontje van Marie gekregen dat ik een boodschappenlijst mag maken tegen maandag. Ze gaan dan een bestelling doorgeven aan de Super-U-drive, zodat het deze keer wat meer mag zijn. Hmm, daar ga ik eens goed over nadenken.

20200328_115352

20200328_120855

 

Intussen in Frankrijk – 8

Mijn buurman is gisteren toch naar het dal gewandeld (11 km), maar is onverrichterzake moeten terugkeren (11 km) omdat hij geen masker droeg en daardoor ruzie kreeg met de vrouw van de groenteboer. Vandaag is hij naar een andere winkel geraakt – ook te voet, hij heeft geen auto- en met een volle rugzak teruggekomen.

Marie bracht mijn bestelling (boter, eieren en yoghurt) naar het gemeenteplein. Ik ging haar tegemoet en ik vond het toch wel fijn dat we een paar woorden konden wisselen.

Ze vertelde eerst hoe lastig het was geweest, dat ze meerdere keren tegengehouden werd en dat ze opmerkingen kreeg omdat ze langer dan een uur onderweg was. Blijkbaar begrijpt niet iedereen de maatregelen, ook sommige ordehandhavers niet, want voor zover ik het begrepen heb, mogen we voor het inkopen van eten en medicijnen wèl langer dan een uur onderweg zijn.

Toen ik vroeg hoe het met haar ging, betrok haar gezicht.

‘Niet zo goed,’ zei ze. Vorige week is haar tante overleden en gisteren haar schoonzus. De tante was hoogbejaard en terminaal, de zus van haar vriend was weliswaar ziek maar haar overlijden was toch plots en overwacht. Ze woonde in een ander departement en ze weten niet wat voor complicatie er is opgetreden.

Het is schrikken. Tot nu ken ik zelf persoonlijk nog niemand die ziek is, of overleden is. Maar de mogelijkheid dat het ook in mijn kringen gebeurt, lijkt met het stijgen van de curve elke dag waarschijnlijker te worden.

‘Het spijt me,’ zeg ik. ‘Ik zou mijn boodschappen misschien wel zelf kunnen doen en ook voor anderen in het dorp -in jouw plaats-, maar ik ben bang,’ beken ik. Toen mijn ouders nog leefden heb ik bijna alle ziekenhuizen in de streek van binnen en van buiten gezien.  In het ziekenhuis waar mijn vader gestorven is en waar mijn moeder haar laatste dagen heeft doorgebracht zet ik geen voet meer. En het enige ziekenhuis van Perpignan waar ik  vertrouwen in heb, ligt nu vol met getroffen patiënten.

Bovendien heb ik ooit een ernstige griep met longaandoening en ademhalingsproblemen meegemaakt en dat spook waart nu nog rond in mijn dromen. Ik ben mijn zusje en haar toenmalige vriend nog steeds dankbaar omdat ze me toen in huis hebben genomen en verzorgd hebben.

‘Het geeft niet,’ zegt Marie, ‘het leidt me af om op pad te moeten gaan. Bovendien ben jij alleen.’

Ik blijf mij er bezwaard bij voelen. Maar ik probeer het me voor te stellen. Als ik ziek word, en zelfs maar milde symptomen heb, zal ik toch beroep moeten doen op iemand van het dorp. Al was het maar om brandhout aan te slepen en de kachel brandend te houden. Ik denk nu dat ik de gemeenschap een dienst bewijs door thuis te blijven en geen risico’s te lopen. En het is fijn dat ik nu wat zuivel in huis heb. Maar zonder gaat ook.

Tegen volgende week donderdag mag ik een nieuwe bestelling doorgeven. We zien wel, tegen dan.

Intussen heeft het opnieuw gesneeuwd en zelfs wat meer dan gisteren. Vandaag hoorde ik Sometimes it snows in April van Prince op de radio. En het paste wonderwel bij alles. Ook al is het maart. Who cares.

20200326_091355

 

 

Intussen in Frankrijk – 7

Mijn buurman is gezond en wel thuisgekomen. Hij had er een lange reis opzitten van Philadelphia over Frankfurt, Parijs en Montpellier naar Perpignan. Daar nam hij een taxi naar Glorianes.

‘124 euro,’ zei hij, ‘maar dat waren de best bestede 124 euro van mijn leven.’

‘Ma place est ici,’ voegde de hij eraan toe. En ik kan hem als geen ander begrijpen.

We voerden ons gesprek op twee-drie meter afstand, ik vanop het terras, hij onderaan de trap. Sinds gisteren heb ik hem niet meer gezien. Hij wilde vandaag te voet naar het dal gaan (11 km) en daar voorraad inslaan. Maar ik heb zo’n vermoeden dat de burgemeester daar een stokje voor heeft gestoken.

Vanmiddag kregen we een berichtje dat we beter thuisblijven en dat zij, Céline, en Marie, kersvers gemeenteraadslid, voortaan de boodschappen voor ons allemaal zullen doen. Ik heb eieren, yoghurt en boter besteld.

Mijn rugspieren, bekken- en schoudergewrichten begonnen vandaag erg vervelend te doen. Heel even werd ik ongerust. Maar neen, geen koorts en geen andere klachten. Mijn lieve Belgische huisarts stelde me via e-mail gerust. Voorlopig verweer ik mij met liters tijmthee en met mijn favoriete yogales bij Adriene.

In Perpignan liggen op dit moment 98 mensen in het ziekenhuis. Dertig zijn er ernstig aan toe. De luchthaven is gesloten. Er werd een lijst vrijgegeven van markten die nog mogen doorgaan, waaronder Prades. Ik ga er alleszins niet heen.

Vanmorgen lag er een dun laagje sneeuw. Rond de middag was het al weg.

20200325_073107

Portrait de la jeune fille en feu

Deze film stond al een hele tijd op mijn verlanglijstje, maar in de bioscoop van Prades worden de meeste films maar één keer vertoond en die datum heb ik gemist.

Daarna ging hij uit mijn gedachten, tot ik hem tot mijn grote vreugde in de boekhandel zag liggen waar ik in maart een maand winkeltje zou gaan spelen.

Intussen ben ik ‘door omstandigheden’ weer thuis en gelukkig had ik de tegenwoordigheid van geest om tijdens het overhaast inpakken de dvd in mijn bagage te stoppen.

Ik begon tijdens de treinreis al te kijken, maar ik keek hem maar half uit. Ik vond hem te mooi. Ik wilde er thuis in alle rust verder van genieten.

De film begint met de bootreis van Marianne, een schilder, die de opdracht heeft om een portret van de mooie Héloïse te maken. Ze wordt naar het Bretonse eiland gebracht waar Héloise samen met haar moeder en een meid woont en waar ze voorbereid wordt op een huwelijk met een welgestelde Italiaan. Omdat Héloïse geen zin heeft in dat huwelijk moet Marianne het portret heimelijk maken. Ze wordt voorgesteld als gezelschapsdame en ze bestudeert haar model tijdens hun wandelingen aan het strand.

Het verhaal speelt zich af in de achttiende eeuw en is in vele opzichten sober en gestileerd. Het draait om vier vrouwen die in een groot maar eenvoudig ingericht eilandhuis wonen. Héloïse en haar moeder, Marianne en de meid Sophie, dragen de hele tijd dezelfde kleren, prachtige eenkleurige jurken, en dezelfde kapsels, en acteren ook de hele tijd in dezelfde decors. Toch gaat dat nooit vervelen. Integendeel, ik kreeg er maar niet genoeg van, ik vond het heerlijk om telkens weer mijn ogen de kost te mogen geven in die sfeervolle kamers, de met houtvuur en kaarsen verlichte keuken, en aan die prachtige kust.

Ook de taal is gestileerd. De dialogen zijn minimalistisch, het zijn de blikken en gebaren die spreken.

Deze film kreeg mij aan het dromen. Er zijn best een paar overeenkomsten te vinden met mijn roman Colombe: de tijdsgeest, de rol van de natuur, de ruwe omgeving, de sobere taal.

Ik kreeg al meerdere keren van lezers te horen dat het verhaal van Colombe en Amparo verfilmd zou moeten worden. En ik kan me een film over hen in de stijl van Céline Sciamma gemakkelijk voor de geest halen.

Maar voorlopig is er enkel het boek, in het Nederlands. Er is een begin gemaakt van een vertaling naar het Frans en wie weet… Dromen mag.

De film is te koop in de webwinkel van Kartonnen Dozen. Een dvd in een doosje heeft het voordeel dat je er op elk moment kunt naar kijken, dat je de hoofdstukken apart opnieuw kunt bekijken en dat er een paar interessante extra’s aan toegevoegd zijn: een audio-commentaar door de regisseur, Céline Sciamma, en een interview met de schilder Hélène Delmaire die meewerkte aan de film.

Als je de dvd bij Kartonnen Dozen koopt wordt hij binnen een paar dagen bij jou geleverd. Je steunt bovendien een Belgisch bedrijf.

En als je Portrait de la jeune fille en feu samen met Colombe koopt betaal je alvast geen verzendkosten.

Bestel gauw, nu het nog kan.

 

 

Intussen in Frankrijk – 6

Vanmorgen heb ik de voorraadkasten wat grondiger geïnspecteerd. Aanleiding was het bericht dat we ons nu niet verder dan een kilometer van huis mogen verplaatsen. En voor de dichtsbijzijnde winkel moet ik ongeveer 11 km ver.

Gisteren bood Marie, een dorpsgenote, nog aan om wat boodschappen voor me mee te brengen als ze donderdag naar het dal zou gaan, maar de kans dat ze naar de supermarkt in Prades (21 km) geraakt lijkt me erg klein. In het beste geval kunnen we misschien onze burgemeester naar het kleine supermarktje in Vinça (11 km) sturen, waar ze vooral huismerken verkopen en de andere producten de helft meer kosten dan ergens anders.

En dus ging ik maar weer eens in de kasten kijken. Ik heb ook foto’s gemaakt zodat ik over een paar weken kan vergelijken. Want ik kan zeker nog een aantal weken overleven. En misschien wel langer. Ik heb voldoende pasta, rijst en andere koolhydraten in huis, genoeg vetten (olijf- en andere olie, en nog een heel klein beetje boter), nog wat vis- en groentenconserven, veel te veel suiker, honing, konfituur en gedroogde vruchten. Twee pakjes chocolade, een pakje ‘cent wafers’ en een paar versuikerde karamellen. Een interessante voorraad wal- en hazelnoten. En een halfvolle diepvriezer met vlees (lamsvlees, rundvlees en vier duifjes die ik van een dorpsgenoot kreeg).

Ik zal dus zeker niet van honger omkomen. In de tuin groeit ook nog van alles en hopelijk wachten de kippen van de burgemeester niet te lang met het leggen van hun eerste ei.

Gisteren vernam ik dat mijn dichtstbij wonende buurman vandaag via Parijs terugkeert uit de VS. Hij zal twee weken in quarantaine moeten, maar dat zijn we inmiddels allemaal.

Met hem is inmiddels in ons dorp bijna iedereen terug van weggeweest. Het goede moment om een volkstelling te houden. Daar ga ik me ‘un de ces quatre’ eens mee bezig houden.