Intussen in Frankrijk -15

 

20200408_094735

Vandaag heb ik verdriet. Ja, verdriet, laat ik het maar met de naam noemen.

Nadat ik vanmorgen Cacahuète’s ontbijt had gegeven, bleef ik nog wat op het terras staan. Ik keek naar de dikke witte mist die zich als een deken over het dorp had gelegd en opeens rolden de tranen over mijn wangen.

Zo gaat dat met verdriet: het hangt al een paar dagen rond, weet zelf niet goed waar het vandaan komt en waar het naartoe wil, en plots vindt het een hendel, en hup, de sluizen gaan open.

De hendel is een datum. Begin april is voor mij een periode waarin herinneringen elkaar verdringen, waarin het water hoog staat.

Nadat ik de eerste golf met een grote zakdoek had opgevangen, zette ik een kop koffie en bekeek ik de e-mails en de WhatsApp berichten.

  • Mijn plaatselijke ‘bestie’ stelt voor om vandaag met elkaar te skypen.
  • Er is een lange e-mail van een vriendin waarvan ik aan de toon kan zien dat het vrij goed met haar gaat. Dat doet me plezier. Ze stuurt me bovendien een link naar een -voor mij- bijzonder troostend artikel.
  • Jérémy stuurt me een berichtje met de vraag of hij de naar het Frans vertaalde hoofdstukken van Colombe mag lezen.
  • Céline laat weten dat ze naar Prades gaat en vraagt of ze iets voor me mee kan brengen.
  • Een vriendin in A stuurt me een mooie schaduwfoto van zichzelf. Ik kijk ontroerd naar haar contouren.

Al die mensen hebben geen weet van de ‘hendel’, en weten dus niet hoe troostend hun berichten zijn.

Ik blijf maar huilen. Soms regent het toch ook een hele dag?

Tegelijk probeer ik mijn verdriet aan te kijken. Wie ben je en waar kom je vandaan?

Ik heb immers geen reden tot klagen. Ik leef in de best mogelijke omstandigheden, ik kan naar buiten wanneer ik wil. Eten en drinken wordt me gebracht.

Maar gisteren moest ik iets uit de auto halen en toen ik op de parking stond, kreeg ik een aanvechting om in te stappen, de sleutel in het contact te steken en weg te rijden. Gewoon ergens heen.

Toch is het niet die -hopelijk tijdelijke- vrijheidsbeperking die me verdrietig maakt.

Wat me doet huilen is wanhoop en machteloosheid. Ik maak me zorgen over de wereld. En dan heb ik nog niet eens kinderen. Hoe moeilijk moet het niet zijn, als je ook nog kinderen en kleinkinderen hebt? Want waar gaat dit naartoe?

Ik schaam me over de mensheid, over al dat knoeien, de gebrekkige, soms oneerlijke communicatie, de keer op keer verkeerde en vèrdragende beslissingen van mensen die het denken te weten.

Ik maak me zorgen over de mensen -en alle levende wezens- die het allemaal maar ondergaan, die nu al lijden, en over de toenemende armoede, die mensen tot wanhoop zal drijven. En over de machteloosheid die ik daarbij voel en zal blijven voelen.

Dat maakt me verdrietig.

Maar mijn tranen helpen niemand. Alleen mezelf. Ze luchten op en daarom mogen ze vandaag stromen.

Straks ga ik naar de moestuin. Ik probeer elke dag wat te zaaien. Vandaag worteltjes en radijsjes. En ik ga nadenken over vaste planten die ik nog kan installeren, zodat het voedselbos wat meer volume krijgt. Want dit is wat ik kan doen voor de aarde: goed voor haar zorgen, dankbaar gebruik maken van wat ze geeft en haar helpen om nieuw groen aan te maken. Voor mij, voor het dorp, en voor wie na mij hier ooit zal wonen.

20200408_121859

 

 

Intussen in Frankrijk -13

Gisteravond praatte ik met mijn India-zus die nu in de VS bij haar jongste zoon verblijft. Haar hele gezin woont over de wereld verspreid en af en toe doen ze een gezinsquiz om de moed erin te houden. Ze stellen het goed maar na een tijdje ging het gesprek toch de sombere kant op. Laten we positief eindigen, zei Elisabeth, en ze vertelde dat zij en Haroun allerlei plantjes in potten gezaaid hebben en dat ze genieten van het prille groen.

Toen ik vanmorgen wakker werd, dacht ik aan een jong eikenboompje dat ik gisteren zag. Het is ongeveer 15 cm hoog en het groeit in het midden van een weg, waar weliswaar nu geen auto’s over rijden, maar in de zomer waarschijnlijk wel.

20200404_092501

Bij wijze van ochtendwandeling trok ik er heen, gewapend met een houweeltje en een paar handschoenen. Ik zou mijn dag beginnen met een goede daad en dat boompje verplanten.

Maar het boompje wilde niet mee. De wortels zaten veel te diep en ik durfde niet te hard trekken. Ik heb ze dan maar opnieuw bedekt met aarde. Zucht. Elke keer als ik er nu langs ga komen, zal ik dat boompje zien groeien en zal ik aan zijn onherroepelijk lot denken.

Maar dit is nu eenmaal de realiteit. Ik kan niet iedereen en alles redden, zelfs niet helpen. En sterker nog, soms doe ik beter niets. Soms help je juist door niets te doen. Of door iets heel anders te doen.

Voortaan ga ik eikels rapen, en misschien ook kastanjes, en ze ergens planten waar ze kans maken om te overleven. Zoals l’homme qui plantait des arbres. Als ik me machteloos voel, dan ga ik naar dat filmpje kijken. Ook heerlijk om naar te luisteren. Naar de stem van Philippe Noiret.

Intussen in Frankrijk -12

Gisteren bracht Marie mij een tweede lading boodschappen mee: Melk, havermout en kaas van de Intermarché, fruit en groenten van de groenteboer. De bloem die ik gevraagd had zat er niet bij. Maar ik ga nu niet moeilijk doen.

Ze droeg een mondmasker en hoewel ik op veilige afstand bleef zette ze bij elke beweging die ik maakte een stap achteruit. Ze voelde zich niet goed, zei ze.

Vanmorgen belde ik haar om te vragen hoe het was. Het ging beter, zei ze. Daarna heb ik een online bestelling gedaan bij Leonidas, zodat ik haar met Pasen kan verrassen. En nu maar hopen dat die chocolade tot hier geraakt.

20200402_123731

 

 

Intussen in Frankrijk – 11

Op het eerste gezicht is mijn leven de laatste tijd niet dramatisch veranderd. Ik heb mijn reis- en verblijfplannen moeten wijzigen, dat wel. Maar nu ik terug thuis ben, lijkt mijn leven op het leven ervoor. Ik was al een soort kluizenaar en daar had ik zelf voor gekozen.

Voorlopig kan ik niet meer naar de muziekschool. Meestal ging ik op donderdag en bezocht ik tussen twee lessen door mijn vrienden in Prades. Die dag deed ik meestal ook een paar boodschappen. Soms ging ik naar de markt: op dinsdag naar de grote markt of op zaterdag  naar de kleine biomarkt.

Het afgelopen jaar ging ik regelmatig naar een kinesiste in Perpignan. Op de terugweg ging ik wel eens bij een zus langs. En een keer per maand had ik een wandel/picknick-afspraak met vriendin Sue.

Dat is voorlopig allemaal opgeschort en je zou verwachten dat ik nu zeeën van tijd heb, maar niets is minder waar. De communicatie met vrienden en familie is nu veel intensiever geworden en neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Er moet brandhout aangesleept worden en de kachel moet brandend gehouden worden want buiten is het koud en nat. Als het weer even wat zachter is haast ik me naar de moestuin want die heeft plots aan belang gewonnen. Nu de voedselbevoorrading beperkt is, onderzoek ik hoe ik de tuin meer en eerder kan laten renderen.

Ik schrijf vaker blogberichten en ik lees meer blog- en nieuwsberichten en ik luister ook meer naar de radio. Om 19 u kijk ik naar het vrt-journaal, en om wat ik gehoord en gezien heb te vergeten,  kijk ik daarna naar een aflevering van een miniserie.

Partituren blijven in de map en het boek dat ik lees vordert langzaam. Behalve blogberichten en e-mails ligt het creatief schrijven stil.

Ik merk ook kleine, subtielere gedragsveranderingen. Ik ben zorgzamer voor mijn lichaam. Droge handen en voeten worden vaker ingesmeerd. De yogamat wordt weer dagelijks uitgerold. Ochtend- en avondwandelingen worden -weer of geen weer- nooit overgeslagen. Ik drink wat vaker kruidenthee.

Ik denk (nog meer) na over wat ik eet, en alles wat de natuur cadeau geeft, brandnetels, weegbree, kaasjeskruid, paardenbloem, neem ik dankbaar aan. Ik ben zuinig in de keuken, geen druppel wordt gemorst, geen kruimel gaat verloren.

Als ik de trap neem of wat moet klimmen tijdens een wandeling ben ik dubbel voorzichtig. Een voet verstuiken of een arm of een been breken is het laatste wat ik nu wil meemaken.

En tot mijn schaamte moet ik toegeven dat ik onverdraagzaam ben geworden. Ik verdraag niet dat er vreemde auto’s door het dorp rijden of bij het bos geparkeerd staan. Erger nog: ik signaleer dit soort waarnemingen aan de burgemeester.

En omdat ik niet de enige ben, heeft ze nu een bord bij de ingang van het dorp geplaatst: ‘gelieve rechtsomkeert te maken’. Het is een kartonnen bord. Hopelijk is het maar zo lang nodig als het stand houdt.

Intussen in Frankrijk – 10

Gisteren heb ik een brood gebakken met de restjes bloem die ik nog had. Met een beetje geluk zitten er twee pakken bloem bij mijn bestelling voor de supermarkt die ik mocht doorgeven en kan ik een paar weken verder. Ik heb een vintage broodsnijmachine uit de kelder gehaald, zodat ik zuinige sneetjes kan snijden. Vorige week was er nauwelijks bloem te vinden, zei Marie. Uiteindelijk maalde onze groenteboer een kilo graan voor haar.

‘Malen?’, vroeg ik, ‘heb ik dat goed begrepen?’

‘Oui, oui,’ zei ze, ‘il a moulu de la farine pour moi.’

Het doet me opnieuw denken van de oorlogsverhalen van mijn moeder. Zij woonde tijdens de oorlog samen met haar ouders in de buurt van een graanmolen. ’s Nachts was het een komen en gaan van mensen die er hun zakje graan lieten malen.

Ik ben nog steeds niet naar het dal geweest. Ik probeer me voorstellen hoe het daar is. ‘Niet leuk,’ zegt Marie. ‘De mensen zijn nerveus en sommigen respecteren de regels niet.’

Ik skype met vrienden in Prades. Ze wonen in een rijhuis in de stad en vinden het lastig om zo weinig contact te hebben.

‘We mogen geen gesprekjes voeren op straat,’ zegt Véronique. ‘De mensen spreken dan maar af om op hetzelfde tijdstip naar de post of naar de apotheek te gaan en daar wat te praten.’

We maken ons zorgen over een gemeenschappelijke vriendin die er vreemde theorieën op nahoudt. Zij is ervan overtuigd dat de hele situatie onderdeel is van een militaire actie op wereldschaal.

Vandaag sneeuwt het weer. Geen tuinwerk, dus. Gisteren heb ik nog snel de laatste aardappeltjes gepoot. Terwijl ik bezig was hoorde ik vrouwenstemmen. Ze klonken me als muziek in de oren. Marie en haar moeder, Josette, deden een wandelingetje en bleven wat praten vanop de straat.

‘Je bent nu twee weken terug thuis,’ zei Josette, ‘dan ben je safe,’

‘Ja, dat hoop ik,’ zei ik, al vind ik de informatie over incubatietijd niet altijd duidelijk.

We babbelden nog wat, en na een minuut of tien vervolgden ze hun wandeling.

‘Ik ben blij dat ik jullie gezien heb,’ riep ik hen nog na.

‘Wij ook!’ riepen ze terug.

20200329_112636

PS Net het bericht gekregen dat we mogelijk een week, tot tien dagen, moeten wachten op onze bestelling bij de drive-in. Ik mag nu drie producten opgeven die prioritair zijn. Die zal Marie ergens anders gaan halen. Euh… bloem, kaas (een stuk emmentaler) en havermout.

 

Troost vinden bij Mucha

Een zaal vol kisten, een hulpverlener die erbij vertelt hoe erg hij het vindt dat al die mensen heel alleen, zonder familie of vrienden aan hun zijde, overleden zijn. Het is hartverscheurend en het stemt tot nadenken.

Ik denk dan aan mijn kring en vraag me af wie het meest kwetsbaar is en stel me voor hoe het zou zijn. En ik denk ook aan mijn eigen dood.

Ik ben niet bang voor de dood. Ik ben wel bang om in een ziekenhuis terecht te komen en beademd te moeten worden. Daarom ben ik haast belachelijk voorzichtig.

Maar ik ben niet bang om te sterven.

Ik heb nog maar één keer iemand zien sterven. Tweeëntwintig jaar geleden stierf mijn man, Ton, in mijn armen. Het duurde een nacht. Hij was niet bang.

Toen mijn ouders stierven, was ik de laatste dagen en uren bij hen, maar ik was er niet bij toen hun hart ophield met kloppen. Ik was net de kamer uit.

Een vriend vertelde me dat hij ooit in de bergen in een sneeuwstorm was terecht gekomen. Hij was vast komen te zitten op een helling en hij geraakte onderkoeld. Gelukkig werd hij gered. Hij zei dat hij zich er achteraf had over verwonderd dat hij, toen hij zo dicht bij de dood was, helemaal niet bang was geweest. Dat hij zich zelfs geen zorgen had gemaakt over zijn vrouw en kinderen. Dat hij bereid was geweest om mee te gaan, met de dood.

Toen ik twintig jaar geleden ernstig ziek was, had ik een gelijkaardige ervaring. Ze duurde heel kort, maar ze was zo sterk dat ik er nog regelmatig aan denk. Het voelde als ‘het is goed, neem mij maar mee’. Het was een gevoel van overgave. Van vrijheid en rust.

Later zag ik in Praag een schilderij van Mucha waarop ik dat gevoel van overgave terugzag. Het stelt een Russische boerin voor die verdwaald is in de steppe. De wolven naderen en ze geeft zich over aan haar lot.

Als ik aan mijn eigen dood denk, dan hoop ik dat het zo zal gaan. Ik hoop ook dat al die mensen, die alleen moesten sterven, dat diepe gevoel van rust hebben ervaren. Die hoop troost mij.

 

hvezda-sibir

 

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk – 9

Gisteren had ik een sombere dag. Het begon met het nieuws dat Liesbeth List is overleden. Dat bracht me terug naar lang geleden toen mijn zussen en ik nog allemaal thuis woonden en ik de hele LP ‘Liesbeth List zingt Theodorakis‘ zowat uit mijn hoofd kende. Mijn oudste zus (ook een Liesbeth) kreeg het op haar heupen omdat ik maar bleef zingen van ‘ik heb een lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is’. En ja, natuurlijk,  het staat allemaal op YouTube. Waar ik een tijdje bleef ronddwalen en tenslotte eindigde met een filmpje waarop Rufus Wainwright Hallelujah zingt met een 1500 koppen tellend koor. Toen liet ik de tranen maar komen.

 

Om me te troosten heb ik dan maar havermouttruffels gemaakt en om me verder af te leiden ben ik de bloembakken op het gemeenteplein gaan wieden en heb ik er een vers laagje haksel opgelegd. Nu nog bloemetjes planten.

Vandaag gaat het beter. Ik zou lief zijn voor mezelf en vooral niets moeten. De ochtendwandeling eens overslaan. Maar gelukkig ben ik nog steeds/opnieuw verslaafd en had ik voor ik het goed en wel besefte mijn wandelschoenen al aan.

Tegen de middag ben ik een tweede keer richting bos getrokken. Ik wilde daslook gaan plukken om er taboulé mee te maken. Ik ken maar één plek in het bos waar heel veel daslook staat en het was al een paar maanden geleden dat ik er nog kwam. Daarom zag ik nu pas wat de zware regenperiodes in het bos aangericht hadden. Er zijn heel wat bomen gesneuveld en de weg naar de plek bij de rivier waar eind maart/begin april dat kostbare kruid groeit was versperd. Heel even overwoog ik om terug te keren, maar dan heb ik mezelf een duwtje in de rug gegeven en ben ik met een omweg en wat klimmen toch bij de rivier geraakt. Receptjes met daslook zijn op komst.

Daarnet stuurde de burgemeester een filmpje rond waarin ze, samen met twee vriendinnen en een kip, een liedje zingt, om ons op te beuren. Jammer dat ik het hier niet kan tonen. Want het hielp wel een beetje.

Ook een telefoontje van Marie gekregen dat ik een boodschappenlijst mag maken tegen maandag. Ze gaan dan een bestelling doorgeven aan de Super-U-drive, zodat het deze keer wat meer mag zijn. Hmm, daar ga ik eens goed over nadenken.

20200328_115352

20200328_120855

 

Intussen in Frankrijk – 8

Mijn buurman is gisteren toch naar het dal gewandeld (11 km), maar is onverrichterzake moeten terugkeren (11 km) omdat hij geen masker droeg en daardoor ruzie kreeg met de vrouw van de groenteboer. Vandaag is hij naar een andere winkel geraakt – ook te voet, hij heeft geen auto- en met een volle rugzak teruggekomen.

Marie bracht mijn bestelling (boter, eieren en yoghurt) naar het gemeenteplein. Ik ging haar tegemoet en ik vond het toch wel fijn dat we een paar woorden konden wisselen.

Ze vertelde eerst hoe lastig het was geweest, dat ze meerdere keren tegengehouden werd en dat ze opmerkingen kreeg omdat ze langer dan een uur onderweg was. Blijkbaar begrijpt niet iedereen de maatregelen, ook sommige ordehandhavers niet, want voor zover ik het begrepen heb, mogen we voor het inkopen van eten en medicijnen wèl langer dan een uur onderweg zijn.

Toen ik vroeg hoe het met haar ging, betrok haar gezicht.

‘Niet zo goed,’ zei ze. Vorige week is haar tante overleden en gisteren haar schoonzus. De tante was hoogbejaard en terminaal, de zus van haar vriend was weliswaar ziek maar haar overlijden was toch plots en overwacht. Ze woonde in een ander departement en ze weten niet wat voor complicatie er is opgetreden.

Het is schrikken. Tot nu ken ik zelf persoonlijk nog niemand die ziek is, of overleden is. Maar de mogelijkheid dat het ook in mijn kringen gebeurt, lijkt met het stijgen van de curve elke dag waarschijnlijker te worden.

‘Het spijt me,’ zeg ik. ‘Ik zou mijn boodschappen misschien wel zelf kunnen doen en ook voor anderen in het dorp -in jouw plaats-, maar ik ben bang,’ beken ik. Toen mijn ouders nog leefden heb ik bijna alle ziekenhuizen in de streek van binnen en van buiten gezien.  In het ziekenhuis waar mijn vader gestorven is en waar mijn moeder haar laatste dagen heeft doorgebracht zet ik geen voet meer. En het enige ziekenhuis van Perpignan waar ik  vertrouwen in heb, ligt nu vol met getroffen patiënten.

Bovendien heb ik ooit een ernstige griep met longaandoening en ademhalingsproblemen meegemaakt en dat spook waart nu nog rond in mijn dromen. Ik ben mijn zusje en haar toenmalige vriend nog steeds dankbaar omdat ze me toen in huis hebben genomen en verzorgd hebben.

‘Het geeft niet,’ zegt Marie, ‘het leidt me af om op pad te moeten gaan. Bovendien ben jij alleen.’

Ik blijf mij er bezwaard bij voelen. Maar ik probeer het me voor te stellen. Als ik ziek word, en zelfs maar milde symptomen heb, zal ik toch beroep moeten doen op iemand van het dorp. Al was het maar om brandhout aan te slepen en de kachel brandend te houden. Ik denk nu dat ik de gemeenschap een dienst bewijs door thuis te blijven en geen risico’s te lopen. En het is fijn dat ik nu wat zuivel in huis heb. Maar zonder gaat ook.

Tegen volgende week donderdag mag ik een nieuwe bestelling doorgeven. We zien wel, tegen dan.

Intussen heeft het opnieuw gesneeuwd en zelfs wat meer dan gisteren. Vandaag hoorde ik Sometimes it snows in April van Prince op de radio. En het paste wonderwel bij alles. Ook al is het maart. Who cares.

20200326_091355

 

 

Intussen in Frankrijk – 7

Mijn buurman is gezond en wel thuisgekomen. Hij had er een lange reis opzitten van Philadelphia over Frankfurt, Parijs en Montpellier naar Perpignan. Daar nam hij een taxi naar Glorianes.

‘124 euro,’ zei hij, ‘maar dat waren de best bestede 124 euro van mijn leven.’

‘Ma place est ici,’ voegde de hij eraan toe. En ik kan hem als geen ander begrijpen.

We voerden ons gesprek op twee-drie meter afstand, ik vanop het terras, hij onderaan de trap. Sinds gisteren heb ik hem niet meer gezien. Hij wilde vandaag te voet naar het dal gaan (11 km) en daar voorraad inslaan. Maar ik heb zo’n vermoeden dat de burgemeester daar een stokje voor heeft gestoken.

Vanmiddag kregen we een berichtje dat we beter thuisblijven en dat zij, Céline, en Marie, kersvers gemeenteraadslid, voortaan de boodschappen voor ons allemaal zullen doen. Ik heb eieren, yoghurt en boter besteld.

Mijn rugspieren, bekken- en schoudergewrichten begonnen vandaag erg vervelend te doen. Heel even werd ik ongerust. Maar neen, geen koorts en geen andere klachten. Mijn lieve Belgische huisarts stelde me via e-mail gerust. Voorlopig verweer ik mij met liters tijmthee en met mijn favoriete yogales bij Adriene.

In Perpignan liggen op dit moment 98 mensen in het ziekenhuis. Dertig zijn er ernstig aan toe. De luchthaven is gesloten. Er werd een lijst vrijgegeven van markten die nog mogen doorgaan, waaronder Prades. Ik ga er alleszins niet heen.

Vanmorgen lag er een dun laagje sneeuw. Rond de middag was het al weg.

20200325_073107

Intussen in Frankrijk – 6

Vanmorgen heb ik de voorraadkasten wat grondiger geïnspecteerd. Aanleiding was het bericht dat we ons nu niet verder dan een kilometer van huis mogen verplaatsen. En voor de dichtsbijzijnde winkel moet ik ongeveer 11 km ver.

Gisteren bood Marie, een dorpsgenote, nog aan om wat boodschappen voor me mee te brengen als ze donderdag naar het dal zou gaan, maar de kans dat ze naar de supermarkt in Prades (21 km) geraakt lijkt me erg klein. In het beste geval kunnen we misschien onze burgemeester naar het kleine supermarktje in Vinça (11 km) sturen, waar ze vooral huismerken verkopen en de andere producten de helft meer kosten dan ergens anders.

En dus ging ik maar weer eens in de kasten kijken. Ik heb ook foto’s gemaakt zodat ik over een paar weken kan vergelijken. Want ik kan zeker nog een aantal weken overleven. En misschien wel langer. Ik heb voldoende pasta, rijst en andere koolhydraten in huis, genoeg vetten (olijf- en andere olie, en nog een heel klein beetje boter), nog wat vis- en groentenconserven, veel te veel suiker, honing, konfituur en gedroogde vruchten. Twee pakjes chocolade, een pakje ‘cent wafers’ en een paar versuikerde karamellen. Een interessante voorraad wal- en hazelnoten. En een halfvolle diepvriezer met vlees (lamsvlees, rundvlees en vier duifjes die ik van een dorpsgenoot kreeg).

Ik zal dus zeker niet van honger omkomen. In de tuin groeit ook nog van alles en hopelijk wachten de kippen van de burgemeester niet te lang met het leggen van hun eerste ei.

Gisteren vernam ik dat mijn dichtstbij wonende buurman vandaag via Parijs terugkeert uit de VS. Hij zal twee weken in quarantaine moeten, maar dat zijn we inmiddels allemaal.

Met hem is inmiddels in ons dorp bijna iedereen terug van weggeweest. Het goede moment om een volkstelling te houden. Daar ga ik me ‘un de ces quatre’ eens mee bezig houden.