Intussen in Frankrijk -20

Een tijdje geleden beloofde ik om een volkstelling te houden in ons dorp en dat heb ik deze ochtend gedaan, maar ik kan niet beloven dat de cijfers exact zijn.

Ik kom aan vijftien vaste inwoners, drie tijdelijken en één kind. Mogelijk is er nog een zestiende vaste inwoner maar van haar -een echte kluizenaar- heb ik geen nieuws. Het aantal tijdelijken kan ook schommelen tussen de drie en de zes. En omwille van co-ouderschap is er soms een tweede kind in het dorp.

Om het met Rutger Bregman te zeggen: de meeste mensen deugen, ook in ons dorp. Maar wie ben ik om van iemand uit te maken of hij of zij deugt of niet?

In ieder geval, van de vijftien vasten zijn er dertien die vriendelijk zijn en elkaar helpen, zeker in deze bijzondere omstandigheden.

En dan zijn er twee, die niet tegen iedereen vriendelijk zijn en anderen eerder het leven lastig maken dan te helpen. Ze hebben kritiek op het gemeentebestuur en steken dat niet onder stoelen of banken. Ze spelen gendarme, sturen giftige e-mails en dagen soms mensen voor het gerecht.

Kortom, ze zijn onaangenaam, ook voor mij, ik die probeer om uit de geschillenzone weg te blijven.

Het is hier niet anders dan in de wereld volgens Bregman: er zijn een paar ambetanteriken, maar de ‘goeden’ zijn met meer. Daar troost ik me dan mee. En verder ga ik met een boog om die ene buurman heen en probeer ik mijn rol in de gemeenschap naar best vermogen te vervullen.

***

Eergisteren heb ik mijn eerste uitstapje sinds ‘le confinement’ gedaan: ik ben samen met de (goede) buurman naar de rivier gewandeld om er daslook te gaan plukken en we hebben er gepicknickt. We droegen geen mondmaskers, maar we bleven wel op veilige afstand van elkaar.

***

Intussen is er ook weer nieuws van de muziekschool. De lessen zouden na 11 mei hervatten. Maar enkel de individuele lessen. Leerkrachten zullen mondmaskers en alcoholgel meebrengen, de leerlingen moeten hun eigen mondmasker meebrengen. Aangezien de ukelele-les een groepsles is, zal die waarschijnlijk wegvallen. De zangles is individueel, maar eerlijk gezegd zie ik mij niet Feeling Good of de Air sur la corde de sol met een mondmasker zingen. Ik geloof dat ik in september het jaar maar overdoe.

 

Intussen in Frankrijk -19

Eergisteren heeft de president gesproken. Ik luisterde rechtsreeks via Radio France Inter. Dat had ik nog nooit eerder gedaan. Ik vond het een aannemelijk verhaal. Na vier weken confinement, nog eens vier weken erbij. Dat is overzichtelijk.

Mijn vrienden in Prades lijken toch wat teleurgesteld. Ze verlangen naar contact, naar gesprekken met vrienden, naar een koffietje op een terras op het marktplein. Zij hebben geen boodschap aan de heropening van de scholen. Anderen vragen zich dan weer af hoe dàt in de praktijk zal gaan.

Tijdens ons skype-gesprek hebben we het ook over de nieuwe woorden in de Franse vocabulaire. Tot voor kort kende bijna niemand het woord ‘confinement’ en nog minder het woord ‘déconfinement’. Ze vragen welke woorden we in het Nederlands daarvoor gebruiken. Ik moet bekennen dat ik geen Nederlandse woorden daarvoor ken. Wij hebben het over lockdown, zeg ik. Voor déconfinement weet ik ook geen woord. Zelfs niet in het Engels.

Op paaszaterdag kreeg ik een berichtje van de ukelele-leraar van de muziekschool van Prades. Hij schreef dat hij zich de afgelopen weken vooral heeft beziggehouden met het opstellen van nieuwe lessen en dat hij die binnenkort met de hulp van een collega online gaat zetten. O help, dacht ik, ik heb al weken geen instrument meer aangeraakt. Ik heb zelfs niet gezongen. Hopelijk komt de zangjuf ook niet met zoiets aan. En als de scholen op 11 mei weer opengaan, zal dat ook voor de muziekschool gelden? Ik kan het me moeilijk voorstellen. Misschien moet ik toch maar beginnen met mijn partituren uit mijn boekentas te halen.

Gisteren bracht Marie weer een gevulde boodschappenmand. Voorlopig doe ik geen bestellingen meer. Bij de vorige bestelling is er iets fout gegaan en kreeg ik alles dubbel. En ik had al wat meer melk, boter, kaas en eieren dan gewoonlijk gevraagd. Zodat ik nu met een soort zuivelberg zit. Maar niet erg. Eergisteren heb ik de flan caramel van La cuisine c’est simple gemaakt. De allerlekkerste flan ooit. En ik ben erin geslaagd om hem niet in één dag op te eten. Ik heb zelfs nog een beetje over voor straks, als dessert.

Na vier weken lichte chaos met af en toe emotionele uitschuivertjes, lijkt het mij nu het goede moment om weer wat orde op zaken te stellen. De oude routines opnieuw opnemen of vervangen door nieuwe. Me net als onze regeringen stapsgewijs voorbereiden op de ‘déconfinement’.

20200415_123316

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk -17

Vandaag bracht Marie voor de vierde keer wat mondvoorraad mee. Aardappelen, knolselder, appels en bananen, en een vaatje (3 L) wijn.

Ze had ook wat voor Jérémy meegebracht. We stonden een tijdje in een grote driehoek te praten in de zon op het gemeenteplein.

We hoorden een kat miauwen en ontdekten dat Sidonie, de kat van Lison, zich had laten opsluiten in het enige huis in de dorpskern dat te koop is en leeg staat. Marie belde de eigenaar van het huis en het baasje van de kat.

Céline was aan bloem en boter geraakt, de meest schaarse producten op dit moment. Ik mocht een kilo bloem en een pakje boter bij haar ophalen.

Ik heb heel wat mensen gezien vandaag, misschien wel zeven of acht. En ik heb de indruk dat iedereen wat dikker is geworden. Ook al kunnen wij nog naar buiten. Ik vermoed dat er veel comfortfood wordt gekookt en gegeten. Zelf heb ik mijn hele voorraad Côte d’Or chocolade opgegeten en nu heb ik trek in rijstpap met bruine suiker. Morgen misschien.

 

 

Intussen in Frankrijk -16

Vannacht stuurde iemand mij dit Russische animatiefilmpje:

 

Voor wie geen tijd heeft om ernaar te kijken (het duurt 10 min) : het gaat over een egeltje dat op weg is naar zijn/haar vriend, de beer, om er zoals elke avond thee te drinken, naar de sterren te kijken en te praten. Maar op een dag ziet het een paard in de dichte mist staan en vraagt het zich af of het paard in die mist zou kunnen stikken als het gaat liggen. Daarom gaat de egel zelf de mist in, hij/zij wil weten hoe het daar is.

Er valt wellicht heel veel in dit schattige verhaaltje te ontdekken en daarom heb ik mij voorgenomen om er af en toe naar te kijken. Maar wat ik voorlopig onthoud is dat zelfs mist de moeite waard is om te exploreren en dat er altijd wel ergens hulp voorhanden is, dikwijls op onverwachte plaatsen.

Zo heb ik het de afgelopen dagen ook ervaren. Gisteren ben ik in de mist gaan kijken en kwam ik erachter wat me precies zo verdrietig maakt. En ik vond er net als de egel hulp bij het zoeken naar wat ik kwijt was en hulp om uit het water te komen.

Behalve dat ik me zorgen maak over de wereld, werd ik me bewust van een tweede bron van onrust. De afgelopen weken dacht ik dat zowat iedereen in België en in Frankrijk in actie schoot. Een aantal mensen deden erg hun best om het leven van ervoor in de nieuwe omstandigheden verder te zetten. Werken van thuis uit, kinderen in toom houden en zelfs bijscholen, contacten online onderhouden. Een aantal mensen moesten en/of wilden dubbelhard werken, anderen stampten nieuwe initiatieven uit de grond, mensen begonnen te applaudisseren, harp te spelen of te zingen vanop hun balkon. Nog anderen stortten zich op het leren van nieuwe talen of het leren bespelen van muziekinstrumenten. De filmpjes van zingende, acterende en duidelijk plezierhebbende thuiszitters vlogen me om de oren.

En bij mij gebeurde er niets. Erger nog, alles wat ik ervoor deed viel stil. Ik was al blij dat ik er af en toe een blogbericht uitgeperst kreeg, want ik wilde op een of andere manier deze bijzondere tijden documenteren. Verder ging ik wandelen, speelde ik in de moestuin, keek ik af en toe in de voorraadkast, en probeerde ik recepten uit met wat er nog te vinden was. Ik voelde mij falen en ik werd bang dat ik mijn lees-, schrijf- en muziekplezier voorgoed verloren was.

Die angst ben ik gelukkig in de mist kwijtgeraakt. Het komt allemaal wel terug. Dat zegt ook Aisha Ahmad in het artikel dat ik gisteren toegestuurd kreeg en waarvan ik de link al eerder plaatste. Hier is het nog een keer: Why You Should Ignore All That Coronavirus-Inspired Productivity Pressure.

Want wat me evenveel opkrikt als de wijze en bemoedigende inhoud van deze tekst is de wetenschap dat er jonge, goedmenende en intelligente mensen als Aisha Ahmad op de wereld rondlopen. Ooit zullen zij het overnemen en zal alles beter gaan. Dat wil ik geloven.

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk -15

 

20200408_094735

Vandaag heb ik verdriet. Ja, verdriet, laat ik het maar met de naam noemen.

Nadat ik vanmorgen Cacahuète’s ontbijt had gegeven, bleef ik nog wat op het terras staan. Ik keek naar de dikke witte mist die zich als een deken over het dorp had gelegd en opeens rolden de tranen over mijn wangen.

Zo gaat dat met verdriet: het hangt al een paar dagen rond, weet zelf niet goed waar het vandaan komt en waar het naartoe wil, en plots vindt het een hendel, en hup, de sluizen gaan open.

De hendel is een datum. Begin april is voor mij een periode waarin herinneringen elkaar verdringen, waarin het water hoog staat.

Nadat ik de eerste golf met een grote zakdoek had opgevangen, zette ik een kop koffie en bekeek ik de e-mails en de WhatsApp berichten.

  • Mijn plaatselijke ‘bestie’ stelt voor om vandaag met elkaar te skypen.
  • Er is een lange e-mail van een vriendin waarvan ik aan de toon kan zien dat het vrij goed met haar gaat. Dat doet me plezier. Ze stuurt me bovendien een link naar een -voor mij- bijzonder troostend artikel.
  • Jérémy stuurt me een berichtje met de vraag of hij de naar het Frans vertaalde hoofdstukken van Colombe mag lezen.
  • Céline laat weten dat ze naar Prades gaat en vraagt of ze iets voor me mee kan brengen.
  • Een vriendin in A stuurt me een mooie schaduwfoto van zichzelf. Ik kijk ontroerd naar haar contouren.

Al die mensen hebben geen weet van de ‘hendel’, en weten dus niet hoe troostend hun berichten zijn.

Ik blijf maar huilen. Soms regent het toch ook een hele dag?

Tegelijk probeer ik mijn verdriet aan te kijken. Wie ben je en waar kom je vandaan?

Ik heb immers geen reden tot klagen. Ik leef in de best mogelijke omstandigheden, ik kan naar buiten wanneer ik wil. Eten en drinken wordt me gebracht.

Maar gisteren moest ik iets uit de auto halen en toen ik op de parking stond, kreeg ik een aanvechting om in te stappen, de sleutel in het contact te steken en weg te rijden. Gewoon ergens heen.

Toch is het niet die -hopelijk tijdelijke- vrijheidsbeperking die me verdrietig maakt.

Wat me doet huilen is wanhoop en machteloosheid. Ik maak me zorgen over de wereld. En dan heb ik nog niet eens kinderen. Hoe moeilijk moet het niet zijn, als je ook nog kinderen en kleinkinderen hebt? Want waar gaat dit naartoe?

Ik schaam me over de mensheid, over al dat knoeien, de gebrekkige, soms oneerlijke communicatie, de keer op keer verkeerde en vèrdragende beslissingen van mensen die het denken te weten.

Ik maak me zorgen over de mensen -en alle levende wezens- die het allemaal maar ondergaan, die nu al lijden, en over de toenemende armoede, die mensen tot wanhoop zal drijven. En over de machteloosheid die ik daarbij voel en zal blijven voelen.

Dat maakt me verdrietig.

Maar mijn tranen helpen niemand. Alleen mezelf. Ze luchten op en daarom mogen ze vandaag stromen.

Straks ga ik naar de moestuin. Ik probeer elke dag wat te zaaien. Vandaag worteltjes en radijsjes. En ik ga nadenken over vaste planten die ik nog kan installeren, zodat het voedselbos wat meer volume krijgt. Want dit is wat ik kan doen voor de aarde: goed voor haar zorgen, dankbaar gebruik maken van wat ze geeft en haar helpen om nieuw groen aan te maken. Voor mij, voor het dorp, en voor wie na mij hier ooit zal wonen.

20200408_121859

 

 

Intussen in Frankrijk -13

Gisteravond praatte ik met mijn India-zus die nu in de VS bij haar jongste zoon verblijft. Haar hele gezin woont over de wereld verspreid en af en toe doen ze een gezinsquiz om de moed erin te houden. Ze stellen het goed maar na een tijdje ging het gesprek toch de sombere kant op. Laten we positief eindigen, zei Elisabeth, en ze vertelde dat zij en Haroun allerlei plantjes in potten gezaaid hebben en dat ze genieten van het prille groen.

Toen ik vanmorgen wakker werd, dacht ik aan een jong eikenboompje dat ik gisteren zag. Het is ongeveer 15 cm hoog en het groeit in het midden van een weg, waar weliswaar nu geen auto’s over rijden, maar in de zomer waarschijnlijk wel.

20200404_092501

Bij wijze van ochtendwandeling trok ik er heen, gewapend met een houweeltje en een paar handschoenen. Ik zou mijn dag beginnen met een goede daad en dat boompje verplanten.

Maar het boompje wilde niet mee. De wortels zaten veel te diep en ik durfde niet te hard trekken. Ik heb ze dan maar opnieuw bedekt met aarde. Zucht. Elke keer als ik er nu langs ga komen, zal ik dat boompje zien groeien en zal ik aan zijn onherroepelijk lot denken.

Maar dit is nu eenmaal de realiteit. Ik kan niet iedereen en alles redden, zelfs niet helpen. En sterker nog, soms doe ik beter niets. Soms help je juist door niets te doen. Of door iets heel anders te doen.

Voortaan ga ik eikels rapen, en misschien ook kastanjes, en ze ergens planten waar ze kans maken om te overleven. Zoals l’homme qui plantait des arbres. Als ik me machteloos voel, dan ga ik naar dat filmpje kijken. Ook heerlijk om naar te luisteren. Naar de stem van Philippe Noiret.

Intussen in Frankrijk -12

Gisteren bracht Marie mij een tweede lading boodschappen mee: Melk, havermout en kaas van de Intermarché, fruit en groenten van de groenteboer. De bloem die ik gevraagd had zat er niet bij. Maar ik ga nu niet moeilijk doen.

Ze droeg een mondmasker en hoewel ik op veilige afstand bleef zette ze bij elke beweging die ik maakte een stap achteruit. Ze voelde zich niet goed, zei ze.

Vanmorgen belde ik haar om te vragen hoe het was. Het ging beter, zei ze. Daarna heb ik een online bestelling gedaan bij Leonidas, zodat ik haar met Pasen kan verrassen. En nu maar hopen dat die chocolade tot hier geraakt.

20200402_123731

 

 

Intussen in Frankrijk – 11

Op het eerste gezicht is mijn leven de laatste tijd niet dramatisch veranderd. Ik heb mijn reis- en verblijfplannen moeten wijzigen, dat wel. Maar nu ik terug thuis ben, lijkt mijn leven op het leven ervoor. Ik was al een soort kluizenaar en daar had ik zelf voor gekozen.

Voorlopig kan ik niet meer naar de muziekschool. Meestal ging ik op donderdag en bezocht ik tussen twee lessen door mijn vrienden in Prades. Die dag deed ik meestal ook een paar boodschappen. Soms ging ik naar de markt: op dinsdag naar de grote markt of op zaterdag  naar de kleine biomarkt.

Het afgelopen jaar ging ik regelmatig naar een kinesiste in Perpignan. Op de terugweg ging ik wel eens bij een zus langs. En een keer per maand had ik een wandel/picknick-afspraak met vriendin Sue.

Dat is voorlopig allemaal opgeschort en je zou verwachten dat ik nu zeeën van tijd heb, maar niets is minder waar. De communicatie met vrienden en familie is nu veel intensiever geworden en neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Er moet brandhout aangesleept worden en de kachel moet brandend gehouden worden want buiten is het koud en nat. Als het weer even wat zachter is haast ik me naar de moestuin want die heeft plots aan belang gewonnen. Nu de voedselbevoorrading beperkt is, onderzoek ik hoe ik de tuin meer en eerder kan laten renderen.

Ik schrijf vaker blogberichten en ik lees meer blog- en nieuwsberichten en ik luister ook meer naar de radio. Om 19 u kijk ik naar het vrt-journaal, en om wat ik gehoord en gezien heb te vergeten,  kijk ik daarna naar een aflevering van een miniserie.

Partituren blijven in de map en het boek dat ik lees vordert langzaam. Behalve blogberichten en e-mails ligt het creatief schrijven stil.

Ik merk ook kleine, subtielere gedragsveranderingen. Ik ben zorgzamer voor mijn lichaam. Droge handen en voeten worden vaker ingesmeerd. De yogamat wordt weer dagelijks uitgerold. Ochtend- en avondwandelingen worden -weer of geen weer- nooit overgeslagen. Ik drink wat vaker kruidenthee.

Ik denk (nog meer) na over wat ik eet, en alles wat de natuur cadeau geeft, brandnetels, weegbree, kaasjeskruid, paardenbloem, neem ik dankbaar aan. Ik ben zuinig in de keuken, geen druppel wordt gemorst, geen kruimel gaat verloren.

Als ik de trap neem of wat moet klimmen tijdens een wandeling ben ik dubbel voorzichtig. Een voet verstuiken of een arm of een been breken is het laatste wat ik nu wil meemaken.

En tot mijn schaamte moet ik toegeven dat ik onverdraagzaam ben geworden. Ik verdraag niet dat er vreemde auto’s door het dorp rijden of bij het bos geparkeerd staan. Erger nog: ik signaleer dit soort waarnemingen aan de burgemeester.

En omdat ik niet de enige ben, heeft ze nu een bord bij de ingang van het dorp geplaatst: ‘gelieve rechtsomkeert te maken’. Het is een kartonnen bord. Hopelijk is het maar zo lang nodig als het stand houdt.

Intussen in Frankrijk – 10

Gisteren heb ik een brood gebakken met de restjes bloem die ik nog had. Met een beetje geluk zitten er twee pakken bloem bij mijn bestelling voor de supermarkt die ik mocht doorgeven en kan ik een paar weken verder. Ik heb een vintage broodsnijmachine uit de kelder gehaald, zodat ik zuinige sneetjes kan snijden. Vorige week was er nauwelijks bloem te vinden, zei Marie. Uiteindelijk maalde onze groenteboer een kilo graan voor haar.

‘Malen?’, vroeg ik, ‘heb ik dat goed begrepen?’

‘Oui, oui,’ zei ze, ‘il a moulu de la farine pour moi.’

Het doet me opnieuw denken van de oorlogsverhalen van mijn moeder. Zij woonde tijdens de oorlog samen met haar ouders in de buurt van een graanmolen. ’s Nachts was het een komen en gaan van mensen die er hun zakje graan lieten malen.

Ik ben nog steeds niet naar het dal geweest. Ik probeer me voorstellen hoe het daar is. ‘Niet leuk,’ zegt Marie. ‘De mensen zijn nerveus en sommigen respecteren de regels niet.’

Ik skype met vrienden in Prades. Ze wonen in een rijhuis in de stad en vinden het lastig om zo weinig contact te hebben.

‘We mogen geen gesprekjes voeren op straat,’ zegt Véronique. ‘De mensen spreken dan maar af om op hetzelfde tijdstip naar de post of naar de apotheek te gaan en daar wat te praten.’

We maken ons zorgen over een gemeenschappelijke vriendin die er vreemde theorieën op nahoudt. Zij is ervan overtuigd dat de hele situatie onderdeel is van een militaire actie op wereldschaal.

Vandaag sneeuwt het weer. Geen tuinwerk, dus. Gisteren heb ik nog snel de laatste aardappeltjes gepoot. Terwijl ik bezig was hoorde ik vrouwenstemmen. Ze klonken me als muziek in de oren. Marie en haar moeder, Josette, deden een wandelingetje en bleven wat praten vanop de straat.

‘Je bent nu twee weken terug thuis,’ zei Josette, ‘dan ben je safe,’

‘Ja, dat hoop ik,’ zei ik, al vind ik de informatie over incubatietijd niet altijd duidelijk.

We babbelden nog wat, en na een minuut of tien vervolgden ze hun wandeling.

‘Ik ben blij dat ik jullie gezien heb,’ riep ik hen nog na.

‘Wij ook!’ riepen ze terug.

20200329_112636

PS Net het bericht gekregen dat we mogelijk een week, tot tien dagen, moeten wachten op onze bestelling bij de drive-in. Ik mag nu drie producten opgeven die prioritair zijn. Die zal Marie ergens anders gaan halen. Euh… bloem, kaas (een stuk emmentaler) en havermout.

 

Troost vinden bij Mucha

Een zaal vol kisten, een hulpverlener die erbij vertelt hoe erg hij het vindt dat al die mensen heel alleen, zonder familie of vrienden aan hun zijde, overleden zijn. Het is hartverscheurend en het stemt tot nadenken.

Ik denk dan aan mijn kring en vraag me af wie het meest kwetsbaar is en stel me voor hoe het zou zijn. En ik denk ook aan mijn eigen dood.

Ik ben niet bang voor de dood. Ik ben wel bang om in een ziekenhuis terecht te komen en beademd te moeten worden. Daarom ben ik haast belachelijk voorzichtig.

Maar ik ben niet bang om te sterven.

Ik heb nog maar één keer iemand zien sterven. Tweeëntwintig jaar geleden stierf mijn man, Ton, in mijn armen. Het duurde een nacht. Hij was niet bang.

Toen mijn ouders stierven, was ik de laatste dagen en uren bij hen, maar ik was er niet bij toen hun hart ophield met kloppen. Ik was net de kamer uit.

Een vriend vertelde me dat hij ooit in de bergen in een sneeuwstorm was terecht gekomen. Hij was vast komen te zitten op een helling en hij geraakte onderkoeld. Gelukkig werd hij gered. Hij zei dat hij zich er achteraf had over verwonderd dat hij, toen hij zo dicht bij de dood was, helemaal niet bang was geweest. Dat hij zich zelfs geen zorgen had gemaakt over zijn vrouw en kinderen. Dat hij bereid was geweest om mee te gaan, met de dood.

Toen ik twintig jaar geleden ernstig ziek was, had ik een gelijkaardige ervaring. Ze duurde heel kort, maar ze was zo sterk dat ik er nog regelmatig aan denk. Het voelde als ‘het is goed, neem mij maar mee’. Het was een gevoel van overgave. Van vrijheid en rust.

Later zag ik in Praag een schilderij van Mucha waarop ik dat gevoel van overgave terugzag. Het stelt een Russische boerin voor die verdwaald is in de steppe. De wolven naderen en ze geeft zich over aan haar lot.

Als ik aan mijn eigen dood denk, dan hoop ik dat het zo zal gaan. Ik hoop ook dat al die mensen, die alleen moesten sterven, dat diepe gevoel van rust hebben ervaren. Die hoop troost mij.

 

hvezda-sibir