Jeux de société

Als er iets is waar ik me niet meteen toe aangetrokken voel dan zijn het wel gezelschapsspelen. Ik weet niet goed waarom, want eens ik tot een spel verleid ben, vind ik het juist wel spannend en gezellig. Maar op een of andere manier voel ik weerstand om me in een situatie te plaatsen waar ik niet na een tijdje zonder flauwe excuses en gezichtsverlies kan opstappen.

Ik reageerde dan ook niet wild enthousiast toen iemand van het feestcomité voorstelde om een spelletjesavond te organiseren. Ik beloofde wel mijn volle medewerking, als ik maar niet hoefde mee te spelen. Wiezen in het Frans zag ik niet zitten, het was veel te lang geleden en ik ben er nooit echt goed in geweest.

De organisator stelde daarop een reeks spelletjes voor die niemand kende en die vrij eenvoudig zouden zijn en ik zwichtte.

We mochten ook zelf een spel meebrengen en ik leerde een paar van mijn dorpsgenoten een geheugenspel waarbij je moeten onthouden welke verschillende sardienen er in een blikje zitten. De spelers krijgen elk vijf kaarten met aangeklede sardienen en moeten die proberen kwijt te raken door zich te herinneren of hun kaarten in het blikje zitten. Het klinkt waarschijnlijk erg simpel en dat is het ook, maar het korte termijngeheugen blijkt een uitdaging voor alle leeftijden.

Vervolgens leerde ik 1000 bornes waarmee je moet proberen om zo snel mogelijk kilometerkaarten te verzamelen tot je er precies duizend hebt. Je kunt daarbij pech hebben of door anderen geboycot worden. Je legt de afstand met de auto af, maar ik ontdek net dat er een Nederlandse fietsvariant bestaat.

En dan gingen we Punto spelen. Ook al zo simpel, maar evengoed verslavend. En net als bij de sardienen is het taalonafhankelijk. Elke speler krijgt een reeks kaarten met aantallen gekleurde bollen van 1 tot 9. Binnen een paar eenvoudige beperkingen moet je een rij van vier (niet eens opeenvolgende) kaarten van dezelfde kleur leggen. We hebben gespeeld tot iedereen een keertje gewonnen had.

Omdat ik zwaar verkouden was, bleef ik maar tot de pauze. Daarna werd er nog flink doorgespeeld want na middernacht vond iemand (en ik weet wie) het nodig om het einde van de spelavond in te luiden door aan het klokkentouw van de kerk, vlakbij mijn slaapkamerraam, te gaan hangen. Ik kon ermee lachen, want ook al kon ik maar één helft meespelen, de avond was geslaagd. Ik hoop zelfs dat we het vaker gaan doen, want het brengt ons samen.

Bestek

Als iemand mij vraagt hoeveel inwoners ons dorp telt, zeg ik meestal vijftien. Dat klopt niet altijd want we kennen hier net als overal demografische verschuivingen. 
In de negen jaar dat ik hier woon heb ik in ons dorp twee huwelijken en een geboorte meegemaakt. En ook twee scheidingen. En ja, het waren dezelfde paren. Het eerste paar ging na vijf jaar uit elkaar. Het tweede na drie jaar. De mannen gingen weg uit het dorp, de vrouwen bleven.
De vrouw van het eerste paar kreeg algauw een nieuwe vriend en daarna een andere nieuwe vriend. De vrouw van het tweede paar kreeg ook een nieuwe vriend. De nieuwe mannen kwamen naar het jaarlijkse kersenfeest en het petanquetoernooi, en alles leek goed te gaan.
Maar vorig jaar kwam de man van het tweede paar terug in het dorp wonen met zijn nieuwe vriendin. Nu zijn ze uit elkaar. En de vriend van zijn vrouw is ook ergens anders gaan wonen zodat het oorspronkelijke paar nu als vrijgezellen in ons dorp wonen, op een steenworp van elkaar.
‘Zouden ze terug bij elkaar komen?’ vroeg ik aan de vrouw van het eerste paar.
‘Wie weet,’ zei ze, ‘het zou misschien geen slechte zaak zijn.’ 
Mais moi,’ zei ze, ‘je ne remets pas les couverts. Eens de tafel afgeruimd, dek ik de tafel niet opnieuw.’ Ik geloof haar.