Een merkwaardig dorp, schreef ik in het bericht over En. Ik heb er nog niet alles gezien en ik ga zeker nog eens terug, maar dit kan ik al vertellen:

Er wonen ongeveer 180 mensen en de huizen liggen in een soort lint rond een brugje over de rivier Le Mantet gedrapeerd. Volgende keer wil ik de huizen wat beter gaan bekijken want er zijn er een aantal bij die daar al honderden jaren moeten staan. Gisteren hadden Sue en ik er onze auto geparkeerd om van daaruit naar het gehucht En te kunnen wandelen. Bij onze terugkeer van de wandeling wilden we snel nog even naar het kasteel gaan kijken. Dat is voor deze streek nogal ongewoon, in renaissancestijl, met een romantisch balkon aan de zijgevel. Er stonden tafeltjes op het terras en er hing een menu aan de deur, het bleek een soort eetgelegenheid te zijn. Omdat we zin hadden in koffie ging ik kijken of het open was. Een dame wees ons de weg naar de eetzaal. Daarvoor moesten we een gang door en daar zaten een zevental oudjes in fauteuils wat voor zich uit te staren. Een dametje vroeg of we de kamers wilden zien. Ze wees naar de trap.

‘We willen alleen maar een kopje koffie,’ zei ik. Ze wuifde met haar hand in de richting van de eetzaal. We bestelden koffie en vroegen wat uitleg aan de serveuse. Bleek dat deze mensen in het kasteel wonen. Het kasteel is restaurant, chambre d’hôte èn maison de retraite. Er is plaats voor dertien oudjes. Je moet maar op het idee komen. Eigenlijk een heel, heel goed idee, vind ik. Alleen jammer dat de inrichting wat ongezellig was.

Bij het naar buiten gaan maakten we nog een praatje met de kasteelbewoners. Op een leren bank zat een stevige mijnheer de krant te lezen en twee dames hingen zowat tegen hem aan. Toen we hen aanspraken, veerden ze recht. Ze vroegen waar we vandaan kwamen en ze vertelden ons waar zij vroeger gewoond hadden en ze wilden weten of we hun dorp kenden. Ze waren in hun nopjes dat une Belge et une Anglaise meteen wisten waar Olette, Thuir en Trouillas lagen. Ik stel me zo voor dat er die avond nog over werd nagepraat .