De lange koude winter, de haperende lente en de gebeurtenissen van de afgelopen weken eisen hun tol. Ik ben moe, en vermoeidheid durft wel eens om te slaan in somberheid. Het is een familietrekje en ik ontsnap er niet aan. Vanmorgen was ik nog somberder dan somber, ik had het gevoel dat ik op de bodem van een put zat en ik zag nergens een laddertje naar boven. Ik had veel zin om te zeuren en te zagen maar behalve Sapphir was er niemand in de buurt waartegen ik mijn beklag kon doen. Ik begon dan maar op te ruimen, want bezig zijn en me concentreren op werk, helpt soms.

Rond de middag ging ik kijken wat ik buiten kon doen want het was mooi weer. Op het terras rook ik de ceder al. Als de zon schijnt komt zijn geur blijkbaar vrij en ik verbaas me elke keer weer over het effect van die geur op mijn gemoedstoestand. Ik voelde me plots een pak beter. Ik kreeg weer zin in zagen, maar dan in echt hout zagen.

Nu ben ik nooit een handige Henrietta geweest, maar zagen kan ik. En dat dankzij de Slovaakse timmerman, die me een eenvoudige maar zeer handige techniek leerde. Ik had al eerder geprobeerd om stokken door te zagen met de boogzaag van mijn vader, maar ik gaf het snel op. De tandjes werkten tegen, ik kreeg geen mooi zaagritme, alles bleef steken. Nu blokkeer ik de boog met mijn voet en wrijf ik het hout over de draad. Dat kan staand of zittend, het gaat allebei goed en het gaat zelfs snel. Ik zat lekker in het zonnetje te zagen en mijn humeur verbeterde met elke stok die ik in stukken kreeg. Ik waagde me zelfs aan een paar eiken stronken, die net een paar centimeter te lang waren voor mijn kachel. Vuur maken is nu nog plezieriger dan daarvoor. Morgen ga ik weer wat langere stukken halen in het bos.

DSCN3258 DSCN3254